| Corruptie
wordt in "van Dale" omschreven als "het gebruik maken
van of het meedoen aan bedorvenheid en omkoping". In de loop
der tijd heeft de mens allerlei vormen bedacht waarmee hij zichzelf,
ten koste van anderen, wist te verrijken. Dit verschijnsel komt
overal in de wereld en in alle lagen van de bevolking voor. Brazilië
is één van de landen, die berucht zijn om hun corruptie.
Er komen inderdaad regelmatig schandalen aan het licht, waarbij
overheidsgeld niet op de plaats van bestemming blijkt te zijn aangekomen.
Het is eigen aan corruptie dat een aantal gevallen nooit boven tafel
komt.
Het culturele verschijnsel
Corruptie
in Brazilië is een cultureel verschijnsel, dat deels is te
verklaren uit de historie van het land. De koloniale verhoudingen
zijn (na een onderbreking van 20 jaar tijdens het laatste militaire
regime dat eindigde in 1984) geleidelijk overgegaan in een broze
verhouding tussen overheid en burgers. En hoewel er sinds de onafhankelijkheid
in 1822 veel veranderd is in Brazilië, lijkt het, gezien de
vele schandalen, nog steeds niet te passen om kritiek te hebben
op "jouw" overheid, laat staan om vragen te stellen bij
onregelmatigheden. En helaas worden slechte voorbeelden vaak nagevolgd.
Zeker omdat het voor vele Brazilianen het enige middel is om iets
gedaan te krijgen in een situatie die hopeloos is. Vooral de onderlaag
van de bevolking heeft, vaak door gebrek aan onderwijs en werk,
weinig uitzicht op verbetering en is volledig overgeleverd aan de
macht van enkelen. Het gevolg daarvan is dat de gemiddelde burger
als het even kan ook deelneemt aan corruptie, zodat de politieman
of de ambtenaar in bepaalde gevallen een oogje dichtknijpt. Zo moet
je nu eenmaal overleven. En iedereen doet het, dus waarom zou jij
het niet doen. Door de sociale omvang van corruptie is het een normaal
verschijnsel geworden. En door die mentaliteit blijft een situatie
bestaan die het mogelijk maakt dat corruptie niet alleen in de hogere
regionen, maar in alle geledingen van de maatschappij is doorgedrongen.
Zeker
in een situatie waarin macht een rol speelt, kan corruptie onopgemerkt
plaatsvinden. Politiemensen die tegen betaling geen bekeuring uitschrijven,
het intimideren van illegale prostituée's die zogenaamd betrapt
worden, de bescherming van drugshandelaren door politiemensen, het
zijn allemaal middelen voor de veelal onderbetaalde agent om toch
een hoger inkomen te verwerven.
Vooral onder de zgn. loketcorruptie is het goed zichtbaar dat ambtenaren
geld krijgen om iets te doen wat eigenlijk gewoon hun dagelijkse
werk zou moeten zijn. Maar ook in dit geval zijn de lonen dikwijls
zo laag dat het de gewoonste zaak van de wereld is om geld te vragen
voor overheidsdiensten, die officieel gratis zijn. De burger is
hieraan al lang gewend geraakt en weet niet beter dan dat hij door
wat extra te betalen nu eenmaal beter geholpen wordt. Bovendien
zou hij het misschien zelf ook wel doen. En zo houdt het systeem
zichzelf in stand en is er een schaduw-economie binnen de openbare
economie ontstaan. Deze dagelijkse vorm van corruptie is heel schadelijk
en hij ondermijnt volledig het vertrouwen dat goedwillende burgers
in de overheid zouden moeten hebben.
De corruptie op hoog niveau, die speelt tussen het bedrijfsleven
en de politiek, beïnvloedt volledige instellingen en sectoren
in het hele land. Vooral de georganiseerde misdaad in Brazilië
vormt zo een staat binnen de staat, met wijde vertakkingen in alle
geledingen en branches van het maatschappelijk gebeuren, zelfs tot
de sociale sector toe.
Het
opvallende is dat moreel gezien corruptie door vele Brazilianen
fel wordt veroordeeld. Maar in hun dagelijkse gedrag trekken ze
daaruit geen consequenties. Overigens is dat zeer goed te begrijpen,
want wat moet je alleen tegen zo'n grootschalige status quo. Natuurlijk
is corruptie in Brazilië volgens de wet strafbaar. Maar corruptie
is een vorm van economie geworden. Daardoor worden de wetten niet
consequent toegepast. Het feit dat ook een rechter betrokken kan
zijn bij een grootschalige verdwijning van gelden, bewijst dat zelfs
justitie zijn macht kan misbruiken. Hierdoor wordt het hele rechtssysteem
in twijfel getrokken.
Corruptie en een kwalitatieve
economie
Ooit
beweerden economen dat corruptie de smeerolie voor de economie was.
Heden ten dage zijn economen van de meest uiteenlopende signatuur
het erover eens dat corruptie grote schade aanricht in de economie
van een heel land en zelfs in de wereldeconomie. Door het systeem
van omkoping ontstaat een kunstmatige markt, waar de vrijheid van
handel bepaald is door de graad van corruptie. Door betaling van
steekpenningen, krijgt een bedrijf privileges die andere bedrijven
niet krijgen. Daarom krijgt wie het meeste betaalt ook de beste
concurrentiepositie en niet wie het beste product levert. Daaruit
komen kartels voort die vrije concurrentie en vooral productie op
basis van kwaliteit ernstig bemoeilijken. En kartels maken het onmogelijk
voor nieuwe partners om toe te treden. Ze bepalen de prijzen. Ze
leiden tot een onevenredige concentratie van kapitaal, ze belemmeren
de beleidsmatige ontwikkeling binnen de betrokken bedrijven, ze
ontmoedigen technologische ontwikkeling. Zij hoeven immers niets
meer te doen om te concurreren en de kwaliteit van hun producten
of diensten te verbeteren. En met dat alles zorgen ze, net als in
een aantal communistische economieën uit het verleden, voor
een minder efficiënte economie. Ze kunnen in feite doen wat
ze willen. En de kleine bedrijven die subcontracten uitvoeren voor
deze groten, zijn vaak gedwongen om niet te concurreren met hun
eigen opdrachtgevers. Het wordt hen in sommige gevallen zelfs verboden
om zich te verenigen met andere kleinschalige bedrijfjes.
Onderonsjes tussen overheid
en het bedrijfsleven
Corruptie
vindt niet alleen plaats in overheidsprojecten, maar ook in projecten
die zich afspelen tussen overheidsorganen en het bedrijfsleven.
In 1993 bewees een parlementaire enquête dat een groep parlementsleden
erin geslaagd was om miljoenen dollars aan subsidies binnen te halen
voor bedrijven en organisaties die niet eens bestonden. Het is betekenisvol
voor de mentaliteit dat deze parlementariërs tot op heden niet
veroordeeld zijn.
Er
zijn voorbeelden te over, waarbij overheidsgeld verdwijnt in de
zakken van ambtenaren of wordt verdeeld tussen aannemers en ambtenaren.
Vaak worden de afspraken onderling zo gemaakt dat projecten uitgevoerd
worden van een inferieure kwaliteit, waardoor de aannemers de kosten
zo laag mogelijk kunnen houden. Zo kan het resterende bedrag van
de begroting onderling verdeeld worden. Er zijn in Brazilië
heel wat lokale of regionale wegen aangelegd die na een of twee
jaar al vol gaten zitten of die eenvoudig wegspoelen door de regen.
Vaak ook wordt door een gemeente geld voor een bepaald doel aan
een ander doel besteed. Daardoor bouwt de burgemeester of wethouder
aan zijn prestige. Zo worden op lokaal niveau bijvoorbeeld bedragen,
die bestemd zijn voor de bouw van scholen voor arme boerenkinderen,
gebruikt om een feestzaal of andere prestige-projecten in de stad
te financieren.
Maar ook op landelijk niveau vinden schandalen plaats, die gelukkig
soms wel aan het licht komen. Paulo Cesar Farias, de leider van
de verkiezingscampagne van de vroegere president Fernando Collor
de Mello, ontving miljoenen dollars aan steekpenningen van bedrijven.
Daardoor wisten deze bedrijven grote overheidsopdrachten binnen
te halen. Farias zelf leidde meerdere niet bestaande ondernemingen.
President Collor wist daarvan en werd in 1992 veroordeeld wegens
passieve corruptie en verduistering. Zijn straf was de ontzegging
van politieke rechten tot het jaar 2000. Al in 2002 nam hij weer
net zo makkelijk in een van de noordoostelijke staten deel aan de
verkiezingen en vond daar zelfs enthousiaste aanhang. Gelukkig werd
hij niet gekozen.
Een andere bekende affaire was dat van Senator Luiz Estevão
de Oliveira Neto en de rechter Nicolau dos Santos Neto in 1999.
Deze rechter was president van de Rechtbank voor Arbeidsconflicten
(Tribunal Regional do Trabalho). Deze rechtbank kreeg van de overheid
een bedrag van 232 miljoen Reais (in dat jaar nog ruim 100 miljoen
Euro waard) voor de bouw van een nieuw Tribunaal in São Paulo.
Slechts 62 miljoen Reais werden besteed aan de bouw, waarmee het
project niet kon worden gerealiseerd. Een bedrag van 169 miljoen
Reais verdween naar buitenlandse privérekeningen van de rechter.
En 34 miljoen dollar ging in het geheim naar de groep OK, een consortium
van bedrijven waarvan Senator Luis Estevão de eigenaar was.
En Luis Estevão is weer een goede vriend van dezelfde ex-president
Fernando Collor die in 1992 werd afgezet wegens fraude. Deze Fernando
Collor probeerde op zijn beurt in 1999 de onderzoekscommissie onder
druk te zetten om Luis Estevão te sparen en zo diens veroordeling
te voorkomen.
Misbruik van noodhulp
Ook
van de door de federale overheid verstrekte steun in noodsituaties,
wordt maar al te vaak misbruik gemaakt. Eind 2001 bijvoorbeeld waren
er door plotselinge zware regenval grote overstromingen in Pernambuco,
een deelstaat in het Noordoosten van Brazilië. Deze overstromingen
leidden tot aanzienlijke schade. De overheid trok geld uit voor
herstel. In de gemeente Catende zouden alle slachtoffers van de
overstromingen een vergoeding van 2000,= Reais (ca. 700 Euro) krijgen.
Daarmee konden ze materiaal kopen om de schade aan hun woningen
te herstellen. Elke gedupeerde bewoner kreeg uiteindelijk maar 1000,=
Reais. De andere helft van het geld verdween.
Een
tweede geval vond plaats in de gemeente Palmares. Na de overstromingen
werd aan 34 scholen 500.000,= Reais (ca .170.000,= Euro) toegekend
voor reparaties. De regering van de deelstaat ontving dit geld van
de nationale overheid. Al gauw bleek dat een groot deel van deze
scholen helemaal geen schade had. Toch hadden ze vergoedingen gekregen.
Zo ontving bijvoorbeeld de gemeentelijke school "Assis Ribeiro"
23 duizend Reais, terwijl hij helemaal niet in het rampgebied lag.
Andere scholen, die wel hulp nodig hadden, kregen niets. In de gemeente
Barreiros zou de zware schade aan de staatsschool "Antenor
Guimarães" door de overheid hersteld worden voor een
bedrag van 134.387,= Reais. Slechts een zeer klein deel van de verbouwing
werd uitgevoerd. Toch kreeg de directie een document ter ondertekening
voorgelegd, waarin stond dat alle werkzaamheden waren uitgevoerd.
Ze weigerden hun namen onder het stuk te zetten en daarmee riskeerden
ze hun baan. In Água Preta zouden aan de school "Quinze
de Novembro" een paar reparaties worden uitgevoerd voor in
totaal 480,= Reais. De overheid plaatste na de werkzaamheden een
bord bij de school waarin ze reclame maakte voor zichzelf. Op het
bord stond namelijk dat zij de reparaties had uitgevoerd. Achteraf
bleek dat het bord 380,= Reais had gekost en de reparatie 100,=
Reais. In dezelfde gemeente liet de overheid een brug bouwen voor
560.179,= Reais (ca. 180.000 Euro). De weg die van en naar de brug
voert bleef echter onbegaanbaar, omdat hij niet geasfalteerd werd.
Daardoor kunnen voertuigen vooral tijdens periodes van korte hevige
regenval de brug niet eens bereiken, waardoor het openbare leven
regelmatig stilvalt.
De machteloosheid
Gelukkig
zijn er in Brazilië tal van organisaties en bewegingen, die
zich ten zeerste bewust zijn van dit immense probleem en die er
ook een dappere strijd tegen voeren. Maar helaas riskeren zij tot
op de dag van vandaag intimidaties, overplaatsing naar een afgelegen
gebied, verlies van hun positie of in het ergste geval moord.
Tot nu toe is niet gebleken dat straf of morele sancties de enige
of de juiste middelen zijn om corrupte werkelijk tegen te gaan.
Misschien zou het beter zijn als bedrijven en burgers zich bewust
zouden worden dat zij in dit systeem niet alleen anderen, maar ook
zichzelf op de lange duur schaden. Voorlichting en educatie kunnen
middelen zijn om hen in te laten zien dat corruptie het functioneren
van bedrijven en bonafide overheden bemoeilijkt en het voortbrengen
van kwalitatief goede producten tegengaat.
Tenslotte
rijst onvermijdelijk de vraag in hoeverre het mogelijk is corruptie
ooit uit te bannen. Het is belangrijk om zich bewust te worden van
de rol die internationale verhoudingen in dit ondoorgrondelijke
en diep in de Braziliaanse (en internationale) samenleving gewortelde
fenomeen kan spelen. Als ook de hulporganisaties en de internationale
investeerders hun ogen sluiten voor dit immense probleem, waaronder
vooral de machteloze onderlaag van de bevolking te lijden heeft,
dan zorgt de internationale gemeenschap er mede voor dat er geen
verandering tot stand kan komen. Daarom is de verantwoordelijkheid
van organisaties die steun verlenen, maar zeker ook van buitenlandse
bedrijven, op dit terrein zo groot. In de huidige snelgroeiende
"vrije-markt" economie wordt het wegsluizen van overheidsgelden
meer en meer vervangen door belangenverstrengelingen van overheden
met het bedrijfsleven. De grens tussen corruptie en netwerken, waarvan
de betrokkenen elkaar voordeeltjes toespelen of elkaar de hand boven
het hoofd houden, wordt dan steeds vager.
Pequeno,
augustus 2003
Bronnen:
-
FASE Pernambuco
- CPT Esprito Santo
- Veja, nov. 1999
- Transparência Brasil
- "Brazilië" door Marcel Bayer |