Waar komen straatkinderen
vandaan?
Door diverse oorzaken, zoals
de onteigening van grond ten gunste van het grootgrondbezit en de
daarbij behorende extensieve landbouw kwamen miljoenen kleine boeren
en landarbeiders zonder werk. Daardoor is een enorme trek naar de
steden ontstaan. Een alsmaar groeiende reeks sloppenwijken is het
gevolg. De levensomstandigheden zijn erbarmelijk, de werkloosheid
groot, de gezondheidsproblemen schrijnend. Hier ligt de bakermat
voor geweld binnen het gezin en in de directe omgeving. Sommige
kinderen worden slachtoffer van verwaarlozing of zelfs mishandeling
en moeten de straat op om het gezinsinkomen aan te vullen. Vaak
zijn de wijken waar wat verdiend kan worden op grote afstand van
de sloppenwijken en is er geen geld voor de bus. Dus blijven sommige
kinderen steeds vaker op straat slapen. Zo komen ze wel eens in
contact met andere straatkinderen, die al verkeren in de criminaliteit,
de prostitutie en de wereld van de drugs.
Hoe wordt onze beeldvorming
over straatkinderen gevormd?
In de Westerse landen wordt
de informatie over straatkinderen verstrekt door de media en door
voornamelijk fondswervende hulporganisaties. Meestal is die informatie
nogal tendentieus, zodat de indruk wordt gewekt dat bijv. heel Rio
de Janeiro vergeven is van de criminele straatkinderen en dat heel
veel van die kinderen vermoord worden. De media berichten pas over
het onderwerp als er een zeer ernstig voorval heeft plaatsgehad.
De hulporganisaties daarentegen hebben er belang bij de situatie
zo schrijnend mogelijk weer te geven, omdat is gebleken dat er op
die manier meer geld binnengehaald kan worden. De daarbij gepubliceerde
foto van bijv. een lijmsnuivend straatjongetje geeft ons een gevoel
van machteloosheid. Ook wordt ons voorgehouden, dat wij met een
gift het leven van deze straatkinderen kunnen redden. Dat ze van
de drugs af zullen komen en naar school zullen gaan. Zij zullen
in de toekomst werk vinden, trouwen en een eigen huisje kunnen kopen,
waar zij nog lang en gelukkig zullen leven. Hun kinderen zullen
geen straatkinderen worden. Tegelijkertijd wordt ons door diezelfde
hulporganisaties uitgelegd dat het aantal straatkinderen alsmaar
groeit, waardoor er steeds meer geld voor de opvang nodig is. De
diepere oorzaken moeten gezocht worden in een langdurig politiek
en economisch beleid, waarbij geen prioriteit ligt in het ontwikkelen
van de plattelandsbevolking. De hulporganisaties, die zich inzetten
voor de hulp aan straatkinderen, besteden nauwelijks aandacht aan
het voorkomen van de enorme groei van de sloppenwijken, waar dagelijks
nieuwe toekomstige straatkinderen worden geboren.
Helpt het, als wij geld geven
voor straatkinderen?
Op de foto,
die wij van "ons"
kind ontvangen of die in de nieuwsbrief van de door ons gesteunde
stichting is geplaatst, staat een vrolijke en gezonde voetballende
jongen van 18 jaar. Vijf jaar geleden zwierf hij nog totaal gedrogeerd
en vervuild op straat. In de bijgevoegde brief, in gebrekkig Portugees,
spreekt hij ons aan als 'tio e tia' (oom en tante) en bedankt hij
ons voor alles wat wij voor hem hebben gedaan. Door onze hulp is
hij nu blij en gezond, zijn leven is totaal veranderd. Het lijkt
wel een droom.
In enkele gevallen zal de
ervaring van het betreffende kind zeker de waarheid zijn.
Alleen kunnen we ons afvragen
of hij ons daarvoor zo uitzonderlijk dankbaar moet zijn.
Wat wij niet te horen krijgen,
zijn al die gevallen van totale machteloosheid bij de hulpverleners
ter plaatse. Vele straatkinderen zijn namelijk fysiek en psychisch
al zo beschadigd, dat zij gewoonweg niet meer te helpen zijn. Natuurlijk
kun je niet zeggen dat die kinderen dan maar aan hun lot moeten
worden overgelaten. Wel zou er alles aan gedaan moeten worden om
de voortdurende toestroom van straatkinderen te voorkomen.
Wat voor bijdrage kunnen
wij leveren , naast het doen van een gift, om deze groeiende stroom
straatkinderen te stoppen?
De goedwillende gever zou
zich meer bewust moeten worden van de invloed die zijn dagelijkse
gedrag, zoals de dingen die men koopt en eet, heeft op de mondiale
ontwikkelingen en dus op de groei van een gegeven als de toename
van het aantal straatkinderen wereldwijd. Bedrijven, die in de ontwikkelingslanden
investeren, houden over het algemeen zeer weinig rekening met de
lokale bevolking en de natuurlijke omstandigheden. Ze maken gebruik
van de goedkope arbeidskrachten. En als het bedrijf, om wat voor
redenen dan ook, er geen belang meer bij heeft het werk op die plaats
voort te zetten, laten ze hun arbeiders weer net zo makkelijk werkloos
achter. Bovendien is er vaak ook onoverkomelijke schade toegebracht
aan het milieu. Ditzelfde proces wordt dan in een ander goedkoper
land weer voortgezet. Zo stijgt de armoede wereldwijd en dus ook
het aantal straatkinderen. Wij beseffen vaak niet dat wij in ons
dagelijkse consumptiegedrag onze stem kunnen laten horen door bewust
een keuze te maken in de producten die wij kopen. Zodoende worden
de politiek en de industrie zich ook meer bewust van het feit dat
zij afhankelijk zijn van de burgers. Als de consument zijn koopgedrag
niet langer door de producenten laat dicteren, door te kiezen voor
verschillende alternatieven, moet het bedrijfsleven zich wel aanpassen
aan de vraag om verandering. En dan kunnen we een blijvende invloed
uitoefenen en voorkomen dat een groeiend aantal straatkind-projecten
voorgoed afhankelijk wordt van onze giften.
|