| Begin
1996 kwam ik voor het eerst in Brazilië. Ik wist toen nog weinig
van het land en sprak maar amper dertig woorden Portugees.
Mijn bezoek beperkte zich toen alleen tot Rio de Janeiro en omgeving.
Hetzelfde jaar kwam ik er weer, ditmaal met een opdracht. Ik zou
contacten leggen met enkele Braziliaanse organisaties voor straatkinderen.
Terug in Nederland, verdiepte ik me in alles wat te maken had met
ontwikkeling en de problemen daar omheen. Ik ontdekte dat er nog
oneindig veel meer bestond dan Rio . Ook verdiepte ik me in de taal.
In het jaar daarop maakte ik met mijn partner
een reis door het oosten van Brazilië. Het doel was nu het
zoeken van projecten en organisaties die dezelfde doelen hadden
als wij ons in onze eigen opdracht hadden voorgesteld. Dat was een
merkwaardige ervaring die niet in een paar woorden te vertellen
is. Daarom deze selectie van passages uit mijn dagboek dat ik onderweg
bijhield. Ik wil graag duidelijk maken hoe spannend en tegelijk
onzeker het is om een dergelijk onderzoek uit te voeren. Zeker als
je nooit iets met ontwikkelingswerk te maken hebt gehad. En ook
als je een vreemdeling bent en heel erg je best doet om te communiceren
met mensen die zelf geen andere taal spreken dan Portugees. En die
niet begrijpen wat het is om te reizen in een totaal vreemd land
onder niet al te gemakkelijke omstandigheden. Maar ook wil ik proberen
om schetsen te geven van de schoonheid van het landschap, de toevallige
ontmoetingen, de negatieve ervaringen. Kortom alles wat een dagboek
maakt tot een onofficiële beschrijving.
Rio, woensdag
Ongeveer een uur na de aankomst op vliegveld
Galeão , halverwege de avond, kwamen we aan in ons hotelletje.
We kregen een kamer vlak boven de straat. Beetje onveilig gevoel
met die kapotte raampjes en de kakkerlakken. Maar vanochtend konden
we al verhuizen naar een redelijk schone kamer op de derde verdieping,
met een beter uitzicht. Ik voelde me al bijna meteen weer thuis
in deze stad. Het is nu de derde keer dat ik hier ben. Anders dan
de eerste keer begin je dingen te herkennen. Indrukken die heel
direct je meest primitieve waarneming aanspreken. En waarmee je
eerder vertrouwd bent dan bijvoorbeeld met routine-achtige formaliteiten
bij douane of hotelbalie. Geluiden, geuren, woorden (maar dan puur
als klank, nog zonder betekenis), kleuren, flarden muziek, kortom
impulsen zonder omweg. Ook de warmte kwam me alweer bekend voor.
Ditmaal niet hinderlijk, bijna comfortabel. Dat kwam waarschijnlijk
omdat er, ondanks de zomerperiode een frisse wind uit het zuiden
waaide. (Hier is alles omgekeerd: het is nog zomer in maart en koufronten
komen niet zoals bij ons uit noorden of oosten, maar uit Argentinië,
zuidwaarts). De airco op de kamer was niet echt nodig. Hij was trouwens,
net als vorige keer, kapot en hing als een stofnest in de raamopening.
In tegenstelling tot de eerste keren, overheerst
wel nervositeit over het welslagen van onze missie. Die begint immers
serieuzere vormen aan te nemen. Ik weet nog veel te weinig. Wat
staat ons te wachten? Er moeten nog heel wat plaatsen bezocht en
contacten gelegd worden. We gaan een lange reis tegemoet. En het
inwinnen van informatie, die ik van de thuisbasis uit niet kon vinden,
moet nog vooraf in Rio beginnen. Morgen aan de slag.
Rio , donderdag
Een goede start. Drie organisaties bezocht
en intensieve gesprekken gevoerd. Eén organisatie maakte
al meteen grote indruk. Niet wat betreft hun inzet of efficiëntie,
maar vooral om de inhoud van hun verhaal en hun visie. Ze bieden
steun aan projecten overal in het land en verbinden educatieve en
inkomensvormende projecten met elkaar. Ik hoop dat ze ons wat verder
kunnen helpen met het geven van concretere informatie over het soort
activiteiten die wij zoeken. Die informatie was vandaag nog niet
beschikbaar. Maar ze is onontbeerlijk. In Nederland lukte het me
al nauwelijks om inzicht te krijgen in Braziliaanse organisaties
en vooral projecten op het platteland, een van de voornaamste doelen
van onze reis. Die informatie kreeg ik ook niet van Nederlandse
NGO's , die op een enkele uitzondering na, tamelijk geheimzinnig
deden over hun eigen projecten. Begrijpelijk misschien. Iedereen
zijn eigen toko . Mogelijk komt het ook omdat er gewoon veel minder
projecten buiten de steden gesteund worden. Het enige wat ik op
die eerdere zoektochten te weten kwam was het feit, dat een paar
grote Nederlandse organisaties vooral logistieke steun geven aan
een enkele grote partner-organisaties in Brazilië. Nu moeten
we het wiel zelf uitvinden. En dat willen we eigenlijk ook. Betrokkenheid
en inzicht kunnen alleen maar groter worden als je zelf ter plaatse
geweest
Vandaag merkte ik weer hoe belangrijk het in Brazilië is om
mensen direct te spreken als je dingen te weten wilt komen. Per
correspondentie of per telefoon zijn zelfs objectieve zaken als
een eenvoudig adressenbestand blijkbaar niet goed over te brengen.
Op de een of andere manier is er op afstand minder vertrouwen om
ingewikkelde vragen over achtergronden van een organisatie te beantwoorden.
En ik kreeg de indruk dat men vaak domweg geen antwoord weet als
het om concrete data gaat. Ons spoor lijkt een onzichtbaar spoor.
Bovendien moest ik tijdens eerdere contacten telkens begrijpelijk
maken wat wij precies zoeken. Met name zoeken we projecten die zich
specifiek bevinden in gemeenschappen die proberen binnen de agrarische
sector te overleven. Met aandacht voor milieu-aspecten , geïntegreerd
in het onderwijs en de productie. Gek genoeg schijnen de hoofdkantoren
van organisaties met hetzelfde doel zich bij voorkeur in de grote
steden te bevinden.
In de ontmoetingen van vandaag merkte ik dat mijn Portugees al een
heel stuk beter is dan een half jaar geleden. Maar ik moest alle
concentratie aanspreken om de antwoorden te verstaan, vooral als
er dialect werd gesproken. Gelukkig waren we met z'n tweeën.
En als het over inhoudelijke zaken gaat, blijken de Brazilianen
heel uitvoerig. Dan is er een vast thema en dat valt goed te volgen.
Het viel me wel op dat ook veel opgeleide mensen hier geen vreemde
taal spreken. Maar de welwillendheid van de gesprekspartners en
hun interesse in onze vragen en bedoelingen maakte veel goed. Met
een tevreden gevoel (ook over het reizen door de stad met bussen
i.p.v. met budget-verslindende taxi's) kwamen we vanavond laat terug
in het hotel.bent.
Rio, vrijdag
In de ochtend eerst een aantal telefoontjes.
Dat lukte maar moeilijk door de abominabele verbinding die steeds
wegviel of gewoonweg afgebroken werd. Dit is een oud hotel met ergens
in een rommelig hok achter de receptie een krakkemikkig paneel dat
voor centrale moet doorgaan. Het paneel wordt bediend door wie toevallig
in de buurt is. En als er niemand in de buurt is, moet je wachten.
En als je eindelijk iemand te pakken hebt, breekt de verbinding
af. Tijdrovend maar toch nog net op tijd weer gelukt. Toen de lange
rit naar het centrum met een buschauffeur die zijn rijbewijs gehaald
lijkt te hebben op een computer met Formule 1 - spelletjes.
's Middags weer lange en boeiende ontmoetingen.
We kregen van een van de organisaties een (nog wat vage) lijst met
interessante gegevens van actieve gemeenschappen ver in het binnenland.
Verder dompelden we ons, tussen de bezoeken door, onder in het voorthobbelende
tropische leven van de stad. Rio maakt, ondanks de drukte, het vuil
en de veelvuldige armoede, niet zo'n tragische indruk. Het is een
stad waar alles zonder ophouden door lijkt te gaan en waar ongelofelijke
rijkdom en schrijnende ellende als vanzelfsprekend dicht naast elkaar
bestaan en geruisloos in elkaar overgaan. Maar we weten wel beter
van de vorige keer toen we in de onafzienbare favelas (krottenwijken)
zijn geweest. Toen hadden we een ander doel: de straatkinderen.
Nu willen we naar de bron van het probleem. En die ligt niet hier.
Rio, zaterdag
Nu, een paar dagen na onze aankomst, begint
eindelijk een goed gevoel de overhand te krijgen. Het allereerste
begin van onze zoektocht is gemaakt. Boven verwachting zelfs. Er
is veel motivatie bij de gesprekspartners om iets aan de gigantische
problemen van dit grote land te doen. Alleen concrete gegevens blijven
nog uit. Vandaag hebben we eindelijk wat rondgekeken in de buurt
en zelfs de familie in Jacarépagua opgezocht. Het is wat
minder warm nu de avond valt. Het heeft zelfs even geregend. Een
zware stortbui die even snel ophield als hij begon. In tegenstelling
tot Nederland lijkt alles hier intensiever. Veel gezien en gehoord
deze dagen. Al na zo korte tijd gepraat met zo'n groot aantal onbekenden
die me bekender voorkomen dan de schijnbare eenheid die "ik"
heet. Zelfs het Portugees lijkt met de dag beter te gaan. Ik heb
een systeem uitgeprobeerd, dat ik ooit bij mijn eerste bezoeken
aan Frankrijk (na jaren alleen maar Franse grammatica en dictées
op school en geen conversatie) ontdekte. Je verbindt gewoon de woorden
die je niet begrijpt met de woorden, zinnen, gebaren, bedoelingen,
die je wel kent.
Niet meer vragen waar dit toe leidt. Niet
meer van tevoren invullen, want dat werkt tegen je. Een beetje rekenen
op de " zachtheidsfactor " van de Brazilianen, behalve
in het moordende verkeer, waar een voetganger niet telt. Maar ik
weet nog lang niet alles. Gevaar zodra je in definitieve oplossingen
denkt. En in afgebakende problemen. Overgave. Opgeven. Meegeven.
Alleen weerstand bieden als het echt nodig is. Luisteren is ook
praten.
Rio , maandag
Weer met de bus naar het " Centro ".
Gezocht naar adressen die niet meer bleken te bestaan. Uiteindelijk
binnengestapt bij een instituut dat onderzoek doet naar onderwijs
en vorming van lokale basisgemeenschappen m.b.t. kleinschalige productie.
Daar kregen we een paar zeer uitgebreide colleges van enkele medewerkers.
Ze legden ons voornamelijk uit hoe hun organisatie werkte. Maar
ook zij konden ons geen concrete adressen geven van projecten. Het
gezelschap bestond uit een jonge vrouw, die het meeste praatte,
een wat oudere man, die af en toe bijviel en ons alsmaar van top
tot teen bekeek en tenslotte een dikke vrouw van middelbare leeftijd,
die ons alsmaar bestookte met informatie over favela-projecten in
Rio . Ik deed mijn best om uit te leggen dat we al lang contacten
gelegd hadden in Rio en dat we nu een ander doel hadden. Maar ze
liet ons niet gaan voordat we beloofd hadden om ons te verdiepen
in haar informatie. Aangezien we nog een afspraak hadden om 16.00
uur begon de tijd erg krap te worden. En elke keer als we op het
punt stonden om afscheid te nemen kwam er een nog een uitleg over
een ander project. Toen we eindelijk weer op straat stonden moesten
we rennen om op tijd op de volgende afspraak te zijn.
Een lang gesprek met de directrice van de
organisatie van de eerste dag, die onze speciale interesse had gewekt.
Ze was een druk bezette vrouw. Pas na veel overleg met haar medewerkers
hadden we haar eindelijk te pakken kunnen krijgen. Zij wist veel
van de situatie op het platteland omdat ze veel door Brazilië
reisde. En ze nam alle tijd voor ons. Maar aan adressen van kleinschalige
projecten kon ze ons nog niet helpen. Er was iets fout met het computersysteem.
We zouden op de hoogte gehouden worden. Wel spraken we af dat haar
organisatie als tussenpersoon zou fungeren bij het mede-beheren
van onze eventuele hulp in de toekomst. Aan het eind van de ontmoeting
volgde een zeer hartelijk en persoonlijk gesprek waarbij de directrice
het halve kantoor betrok, zodat er ineens een hele kamer vol mensen
om ons heen zat. En toen ze daarbij onze vraag naar de adressen
voorlegde aan de anderen, kwam er ineens iemand op de proppen met
een boek over Braziliaanse NGO's en hun activiteiten. Daarnaar was
ik dus al een half jaar op zoek! Ik bladerde het gretig door en
zag met stijgende verbazing hoeveel informatie erin stond, die precies
binnen onze doelstellingen lag. Ik vroeg of ik het kon lenen. Maar
ze mocht het me niet meegeven, want er was er maar een van. En het
was nergens anders te krijgen dan in het verre São Paulo
. Vanuit Nederland had ik al geprobeerd om het te bestellen. Maar
dat werkte niet omdat je het alleen via een storting op een Braziliaanse
bank kon bestellen. En die storting kon je alleen in Brazilië
doen. En dan moest je een kopietje van het bewijsje opsturen naar
de uitgever. Daarna zouden ze het binnen twee maanden toesturen,
mits je een vast adres in Brazilië had. En zo zou het dus nog
maanden duren voor ik het boek werkelijk in mijn bezit had. De moed
zonk me even in de schoenen. Je kunt je nog zo voorbereiden in Nederland,
het is nooit zoals je verwacht. We waren nu nog steeds aan het begin.
Waarom was er, behalve dit ene boek, bijna geen gedetailleerde informatie
over de enorme armoede in dit land, althans niet over wat eraan
gedaan wordt? Is dit Brazilië? En de kopieermachine was ook
stuk. Vooruit dan, we mochten het boek tien minuten lenen vlak voor
sluitingstijd van het kantoor, om een paar bladzijden te kopiëren
om de hoek. Daarna borg de betreffende medewerkster het boek weer
op als een relikwie in een archiefkast. We mochten natuurlijk later
in de week terugkomen om de rest van het boek te bekijken. Maar
ik was nu op een punt gekomen dat ik de bladzijden er wel uit had
kunnen scheuren. Absurd natuurlijk en wel heel onprofessioneel.
Maar dat besefte ik later pas.
's Avonds bekeek ik de kopieën. Het
bleken beschrijvingen van projecten die eigenlijk nog te ver van
onze route lagen. Een gevoel van lichte paniek overviel me. 's Nachts
een te korte slaap, teveel denken. En ineens werd ik overvallen
door een grote onzekerheid over deze hele onderneming.
Rio , dinsdag
We waren door onze eerste Reais heen. Vóór
de afspraak van vanochtend moesten we snel even wat geld wisselen.
Maar dat ging niet zo vlot als we gedacht hadden. De beambte in
het louche bankkantoortje pakte op zijn dooie gemak de reischeque
van me aan en draaide hem om en om. Toen liep hij ermee naar achteren,
kwam terug en las de tekst aan ons voor. Vervolgens pakte hij mijn
paspoort aan, plofte in een stoel en begon er vragen over te stellen.
Daarna begon hij heel rustig de tekst van de cheque over te schrijven
en daarna nog eens in te tikken op een computertje. Tegelijk draaide
hij een telefoonnummer, begon uitgebreid te vertellen wat
voor cheque hij ging wisselen en vroeg of dat in orde was. Tenslotte
pakte hij mijn paspoort nog een keer en vergeleek de foto wel tien
keer met mijn gezicht, alsmaar zeggende: "Dat bent u, ja, dat
bent u." Eindelijk telde hij tergend langzaam het geld
in heel kleine coupures voor me uit en stond erop dat ik het natelde.
Daarna gaf hij ons een hand en wenste ons heel vriendelijk een prettige
dag, een prettig verblijf en een goede gezondheid. Hoe kon ik toen
nog geïrriteerd zijn? Maar we waren wel te laat. Bij de organisatie
was men heel begripvol over onze excuses. Ze waren zelf ook maar
net binnen door de files. Deze organisatie die zich inzet voor de
ontwikkeling en commercialisatie van alternatieve landbouwmethoden
voor kleine boeren, bleek ineens een geweldige informatiebron over
basisbewegingen en coöperaties. Zoveel nuttige informatie had
ik niet verwacht.
Later op de middag een ontmoeting met een
administratief medewerker van een andere organisatie over databestanden,
die hij me later naar Nederland zou opsturen. Ook al had ik er dan
voor deze reis niets aan, het zou later van nut kunnen zijn.
's Avonds in het hotel tot diep in de nacht
zitten studeren op de nog steeds te algemene informatie en mogelijke
aanknopingspunten voor nieuwe afspraken.
Rio , donderdag
Telefoneren, overleg en uitstippelen van
de definitieve route. Via de gek-makende telefoon in het hotel lukte
het toch nog om een paar ontmoetingen te regelen. Tussen de middag
voor 't eerst even langs het strand gewandeld voor wat verkoeling.
Het is sinds gisteren weer boven de 35°. 's Middags naar de
afspraak om de begeerde lijst met projecten af te halen en
vooral om het NGO-boek in te zien en kopieën te maken. Daarna
op zoek naar een goede boekhandel voor landkaarten en naar Localiza
voor de huurauto. Ik begin nu pas echt het gevoel te krijgen dat
we in deze week een goede basis hebben gelegd. En vooral dat we
voor het eerst echt een klein beetje van Brazilië beginnen
te begrijpen, juist door de combinatie van onmogelijkheden en bereidwilligheden.
's Avonds wat ontspannener dan anders langs de drukke straten wandelend,
uitgebreid mensen, gebouwen en winkels bekijkend, en redelijk op
tijd terug op onze kamer. Morgen nog wat slotgesprekken, verder
de reis voorbereiden, zaterdag een laatste bezoek aan de familie
en zondag op weg!
Onderweg, zondag
De rit ging naar Espírito Santo (de
Staat ten Noordoosten van de staat Rio de Janeiro ). Op het heetste
middaguur in een dorpje wat gedronken. Weinig eetlust, last van
de warmte. Daarna verdwaald en de weg naar Campos gevraagd aan diverse
mensen. Ondanks hun sterke accent kon ik hen goed verstaan. Ook
al wisten sommigen me alleen maar te zeggen dat ze niets wisten.
Lange prachtige rit naar Vitória , gedeeltelijk (via Anchieta
) over de kustweg.
Aankomst ca. 21.30u. in de Pousada in Vila
Velha met een beetje enge receptionist, die me alsmaar strak bleef
aankijken en helemaal niets zei. Tot ik hem vroeg naar de beste
weg van hieruit naar het adres van een hulporganisatie. Toen begon
hij ineens heel snel te praten. Die organisatie kende hij goed.
Ze deden uitstekend werk. Wat wilden wij daar gaan doen? Over hulpprojecten
praten? O maar dan wist hij ook nog wel een paar heel mooie projecten.
Zijn tante deed van alles voor arme kinderen via een of ander fonds
van een groot bedrijf. We moesten haar beslist morgen gaan bezoeken.
Of anders overmorgen. Het lukte me niet om zijn enthousiasme te
temperen. Hij begon zonder aanleiding over de fabriek Garoto (een
van de bekendste chocolademerken in Brazilië), die hier blijkbaar
in de buurt lag. En over de misdaad in het land. Kortom, van alles
door elkaar. Tenslotte knikten we alleen nog maar beleefd van ja.
Er kwamen andere gasten binnen. Hij werd weer zakelijk en verviel
van het ene op het andere moment weer in de norse stilte van het
begin. Het was al laat. We gingen nog even de straat op om het leven
hier te voelen en wat te eten. Het was druk en er was overal muziek.
In een tentje aan het strand aten we wat temidden van de plaatselijke
bevolking. Hoertjes van nog geen zestien kwamen ons sigaretten vragen
en wilden belangstellend weten waar we vandaan kwamen. Weer dat
onverklaarbare thuisgevoel. Maar niet voor Irene. Die begon zich
nu ontheemd te voelen.
Vitória , maandag
Ochtend moeilijk op gang. Irene had nauwelijks
geslapen. Ze zat al vroeg triest voor zich uit te kijken toen ik
wakker werd. En ze zei dat ze ineens enorm twijfelde over wat we
hier nu eigenlijk deden. Ik daarentegen was alleen maar nerveus
over onze opdracht die nu echt steeds meer op "scoren"
begon te lijken.
Tegen de middag naar het centrum van Vitória
gereden. Afspraak met de plaatselijke afdeling van een van de organisaties
uit Rio . Zij wisten veel meer over de regionale situatie dan het
hoofdkantoor in Rio . We kregen een uitgebreide uitleg over hun
onderzoek en projecten in de carvoarias . Dat zijn houtskoolbranderijen,
die in Espírito Santo en Minas Gerais veel voorkomen. De
werk- en leefomstandigheden van de arbeiders zijn er zeer slecht
en er komt kinderarbeid voor.
Tijdens het overleg liep er een man binnen
die zich aan ons voorstelde in het Portugees. Verrassing toen bleek
dat hij Nederlander was. Hij woont in Espírito Santo en is
werkzaam in een indianenproject niet ver van Vitória . Toen
we op het einde van de middag terug naar onze Fiat Pallio liepen,
kwamen we hem weer tegen. Hij bleek min of meer naar ons op zoek
te zijn. Samen met hem in de buurt van de baai in een barraca gegeten
en gepraat. We kregen een stroom van nuttige informatie over Brazilië,
over de landbezettingen en over zijn werk bij de indianen. Hij zou
een afspraak voor de volgende dag proberen te regelen met zijn vriendin
die voor de beweging van landlozen werkte.
Terug in het hotel, even voorbereiden voor
de gesprekken van de volgende dag. En als altijd uitgebreid noteren
van mijn indrukken. 's Nachts belaagd door muggen.
Vitória , dinsdag>
Een zéér drukke dag. 's Ochtends
een bezoek aan een organisatie die zich inzet voor het verbreiden
van ecologische landbouwmethoden. Een uitgebreid gesprek gevoerd
met de coördinator over diverse projecten en veel achtergrond-informatie
. Goed gevoel over de manier waarop hij sprak over de fundamentele
aanpak van de problemen in het land. Hier, al dichter bij het vuur,
bespeuren we, meer nog dan in Rio , een enorme inzet om te vechten
voor verandering.
Na de haastige lunch een geïmproviseerd
bezoekje aan de Braziliaanse vriendin van de Nederlandse ontwikkelingswerker
van gisteren. Ze wist veel te vertellen over de landelijke volksbeweging
die strijdt voor grond voor landloze boeren. Jammer dat we zo weinig
tijd hadden om verder door te praten. We hadden al een afspraak
om 's middags een project te gaan bezoeken, ver van Vitória
. Doordat alle ontmoetingen nu ver waren uitgelopen, konden we pas
halverwege de middag vertrekken.
Een lange rit naar een geïsoleerd project,
een agro-eco-school in de buurt van Olivânia . Jammer genoeg
was het al laat toen we aankwamen. In de vallende schemer werden
we rondgeleid door de directeur. De lessen waren net afgelopen.
Overal hingen leerlingen rond. Af en toe schudden we een hand, maakten
een praatje. Korte antwoorden, verlegen lachen, neergeslagen ogen.
Deze jongeren lijken zo totaal anders dan in de stad. Aan de school
grensde een bos. Daar gaf onze begeleider uitleg over de "
cultura agroflorestal " die als vak op de school werd onderwezen.
Daarbij probeert men het herstel van het Atlantisch regenwoud te
bevorderen door kinderen van boeren te motiveren om bomen te planten
en die af te wisselen met landbouwgewassen. Tegelijk wordt het bos
gebruikt voor schaduw en om water vast te houden voor de planten.
De dorre bladeren dienen als "groene mest". Dit alles
betekent een kostenbesparing en tegelijk een bijdrage aan het milieu.
De jongeren nemen deze kennis weer mee naar de boerderij van hun
ouders. En als de ouders het willen, brengen ze die kennis ook in
praktijk. In veel gevallen lukt dat.
Tijdens de late rit terug naar Vitória
bleef onze begeleider vol vuur praten over zijn vak. Zijn organisatie
adviseert scholen en kleine boeren in de hele staat Espírito
Santo. Het kostte me nu steeds meer moeite om me te concentreren
op de vele nieuwe informatie. De hele dag al hadden we verhalen
van allerlei gedreven mensen aangehoord. En nu begon het ingespannen
luisteren naar het Portugees even zijn tol te eisen. Bovendien moest
ik al mijn aandacht richten op de zeer slechte en vaak aardedonkere
wegen. Brazilianen, vooral intellectuelen, zijn redenaars. Zodra
iemand aan een uitleg begint, gaat hij of zij daar helemaal in op.
En als je niet expliciet onderbreekt kan het soms echt een hele
toespraak worden. Hij begon nu ook nog over de actuele en ingewikkelde
politieke situatie van het land en hoe hij daarover dacht. Maar
mijn aandacht was op. Mijn laatste beetje energie ook. Ver na middernacht
waren we terug in ons hotel. Helemaal kapot. En sinds het middaguur
niets gegeten. Daarom maar op onze kamer een smakeloze pizza uit
een stalletje op de hoek. Morgen weer een lange dag.
Vitória , woensdag
Heel vroeg op. Tijdens het ontbijt, nog
vroeger dan afgesproken kwam onze begeleider van gisteren in gezelschap
van zijn vrouw binnen. Hij had informatie bij zich over de weg die
we moesten rijden voor het bezoek aan het volgende project, richting
noorden. Wij zouden daar namelijk zonder hem naar toe gaan. En het
lag toch op de route naar Bahia , weliswaar met een omweg van zo'n
honderd kilometer. Ik liep naar buiten om hen te verwelkomen. Het
viel me op dat de vrouw me alsmaar onderzoekend aankeek. En toen
we binnen waren bleef ze, ondanks het vroege uur, haar zonnebril
op houden. Ineens vroeg ze hoe laat we de vorige avond thuis waren.
En of wij de laptop gezien hadden, die haar man gisteren bij zich
had. Wij antwoordden dat we ons niet konden herinneren dat hij een
laptop bij zich had. Maar ze bleef achterdochtig naar ons kijken.
Tegelijk had ze constant kleine woordenwisselingen met hem, die
wij niet konden volgen. Na het ontbijt ging ze haastig weg. Hij
legde nogmaals uit dat hij zeker wist dat hij de laptop gisteren
op weg naar het project bij zich had. En op kantoor had hij hem
ook niet kunnen vinden. We boden hem aan om de auto te doorzoeken,
maar er was geen laptop te vinden. Na het inladen van de bagage
reed hij voor ons uit om de weg aan te geven. Aan de rand van de
stad namen we afscheid. Ik hield een onaangenaam gevoel over aan
de achterdocht van die vrouw over die laptop, die hen ongetwijfeld
een fortuin gekost moet hebben.
We reden verder via steeds stillere wegen.
In de verte mooie, groen glooiende landschappen met af en toe een
verre eenzame boerderij. Ergens tussen Ibiraeu en Colatina maakten
we een stop in een klein dorpje. Er bleken voornamelijk Italiaanse
afstammelingen te wonen. Boven de bar van de plaatselijke lanchonete
(een kruising tussen een barretje en een snackbar waar alles te
koop is) hingen zwaar geretoucheerde zwart-wit foto's van verre
voorvaderen uit Europa. Een praatje met een vrachtwagenchauffeur
, die ons van alles vertelde over de streek. De opvallende niet-opdringerige
vriendelijke interesse van deze Braziliaan met de Italiaanse gebaren.
Wat is eigenlijk een Braziliaan, vroeg ik me af. De enige oorspronkelijke
Brazilianen zouden Indianen moeten zijn, maar die zijn bijna uitgeroeid
of hebben zich vermengd met allerlei bevolkingsgroepen die zich
in de loop der tijd in dit enorme land hebben gevestigd.
Vanaf Colatina werd het landschap en vooral
de bewoning geleidelijk armoediger, minder grootschalig, minder
gecultiveerd. Wel overal koffiestruiken, bananenbomen, hier en daar
wat vee. Dit is de streek van de kleine familie-landbouw . Onderweg
steeds weer stoffig, kapotgereden asfalt en gevaarlijke lombadas
. Lombadas zijn verkeerdrempels . Ze zijn vaak gesitueerd op de
meest onlogische plaatsen. Deze snelheidsvertragers die als hoge
en bij voorkeur niet aangekondigde bobbels in elk dorp, gehucht
of nederzetting of zelfs in het midden van niets dwars over de weg
liggen, zijn inmiddels verboden. Maar ze liggen er nog steeds. Samen
met de kuilen in de weg stelden ze de banden, schokbrekers en de
bodem van ons kleine huurautootje aardig op de proef. Tijdens onze
vorige reis moest ik een keer zo hard remmen voor zo'n lombada ,
vlak na een bocht, dat een auto die achter me zat in volle vaart
bovenop me reed. De vele uren vertraging die ons dat had opgeleverd
wilde ik dit keer vermijden. En dus reed ik voorzichtig zodra ik
een paar huizen zag. Lombada's zijn namelijk een vorm van sociale
voorziening. Overal waar de kans is dat er zelfs maar een geit oversteekt,
kom je ze tegen. Tijdens verkiezingen doen sommige kandidaten er
hun voordeel mee: Jij stemt op mij en ik leg bij jouw krot een bonk
asfalt die we dan lombada noemen. Terwijl de weg onbegaanbaar blijft.
Dit is ook Brazilië.
In São Gabriel da Palha , een van
de langgerekte dorpen, waar het leven en de bewoning zich voornamelijk
langs de weg afspelen, vroegen we aan verschillende mensen de weg.
De landkaart bleek hier nutteloos, de tekening van onze begeleider
van vanochtend bleek onvolledig. Wegen klopten niet of stonden gewoon
niet meer aangegeven. Steeds vaker verbaasde gezichten als we de
weg vroegen. Wat doen die vreemdelingen hier en waarom willen ze
zo nodig een landbouwschool in de wildernis bezoeken?
Een man van eind zestig met een grote hoed
op, wist in ieder geval waar we de weg af moesten om op de juiste
toegangsweg te komen die ongetwijfeld naar de juiste weg zou leiden.
Hij bleek een Pool te zijn, in de vijftiger jaren naar hier geëmigreerd.
We wisselden wat Poolse woorden. Hij was ontroerd toen ik over mijn
vader vertelde, hield niet op me de hand te schudden. Hij nodigde
ons zelfs uit om vanmiddag nog langs te komen. Maar we hadden geen
tijd. Voor het donker wilden we terug in de bewoonde wereld zijn.
We moesten nog helemaal naar São Mateus. De weg was nu alleen
nog maar een zandspoor vol diepe kuilen en lange kloven, waarin
we regelmatig weggleden en neerploften. De Fiat kreunde, de motor
loeide alsmaar in de eerste versnelling, de bodem schuurde en botste
tegen scherp uitstekende rotsblokken, onze hoofden raakten steeds
weer het plafond.
Na anderhalf uur stapvoets rijden, bereikten
we eindelijk het schooltje. Niemand te zien. We liepen rond. Zouden
ze onze afspraak vergeten zijn? De stilte van de middag, geritsel
van palmen, vogelgeluiden, insectenbewegingen. Uit de schaduw van
het witte gebouwtje kwam ineens aarzelend een magere man met een
rieten hoedje. Schoorvoetend gevolgd door een kleine dikkerd met
een drankgezicht en een meisje van een jaar of twintig met een scheel
oog. We stelden ons voor. Ze bleven verlegen. Ik stak maar van wal
met wat algemene vragen. Ze antwoordden rustig, toonloos, droevig
bijna. De mannen verspreidden een sterke drankgeur, het meisje wekte
meer vertrouwen. Maar het bleek allemaal wel mee te vallen.
Na een kwartiertje ontspande de sfeer. We
kregen een uitgebreide rondleiding en uitleg over het schooltje
en over de alternatieve landbouwmethoden die hier onderricht worden.
Urenlang volgden we het drietal door de velden, de moestuin, de
koffiestruiken, de stallen. Geduldig legden ze ons uit hoe de kinderen
van arme boeren hier kans krijgen op een betere toekomst en hoe
ze hier tegelijk een poging doen om het geleidelijk verwoeste eco-systeem
van Brazilië te herstellen. Deze trieste helden verdienen veel
meer aandacht, dacht ik. Die drank, die rotte tanden, dat bezwete
hemd, dat schele oog, allemaal tekenen van de armoede van deze vergeten
onderwijzers.
De zon daalde nu snel. We moesten gaan voor
we niets meer van het onmogelijke zandspoor konden zien. Een beetje
aangestoken door hun teruggekeerde gêne en de desolate stilte
namen we afscheid. We beloofden zo gauw mogelijk van ons te laten
horen.
Weer dezelfde barbaarse rit tussen de rotsige
bergtoppen, de glooiende hellingen, de prachtige groene natuur.
Maar alle aandacht ging uit naar de weg, die regelmatig onder het
vuurrode opspattende stof verdween.
Eindelijk weer in São Gabriel. De
schemer viel snel in. Er volgde een urenlange rit over asfalt van
hevig wisselende kwaliteit. De vermoeidheid begon nu zwaar te wegen.
De slecht geslapen muggennachten, de hitte en het gebrek aan tijd
om normaal te eten en om een dag helemaal niets te denken. Toch
bleven we optimistisch, niet in het minst door de moed van de mensen
die we daarstraks waren tegengekomen en die in dit landschap zonder
einde leven en werken. De sterren stonden diep, scherp en vast boven
ons. Langs de donkere wegen, hier en daar kleine huisjes waarin
een fonkelend lichtje of een klein vuurtje.
Laat in de avond aankomst in São
Mateus.
Een kleine pousada vlakbij zee, een schat
van een waardin met ook al die droeve glimlach.
Een eigenaar die gebrekkig Engels sprak.
Een eenvoudige kamer met alleen een bed
en een muf laken.
Een diepe slaap waaruit ik ontwaakte met
een klagende Irene en een dikke kakkerlak, die van achter het gebarsten
spiegeltje op mijn blote buik viel.
São Mateus, donderdag
Kapotte telefooncellen zijn ook hier een
epidemie. Eindelijk lukte het me om de man te bereiken met wie we
een afspraak hadden. Derli , de medewerker van de CPT , een oecumenische
organisatie die vooral de strijd van de landlozen steunt. Hij zou
ons vandaag de carvoarias laten zien, de houtskoolovens en de slavenarbeid
die mensen er nog verrichten. In Vitória had men ons verteld
dat hij als geestelijke uitgetreden was om zijn idealen beter te
kunnen verwezenlijken.
We spraken af op het busStasion, want dat
kent iedereen. Hoe we elkaar zouden herkennen? Blanke Hollanders
in een grijze Fiat vol modderspatten. Hoe we ons voorstelden dat
hij eruit zag? Een ex-priester moet een vijftiger zijn, een magere
man met een bril en een verwereldlijkte zending.
Even later reden we langs het Stasion, ingespannen
uitkijkend naar iemand die tussen de menigte aan dat signalement
beantwoordde. Vrijwel meteen maakte zich uit de drukte van de ochtend
een jonge man los die vragend de auto binnenkeek. Ja, we waren het,
hij was het. Geen gerimpeld gezicht, geen spoor van heiligheid,
gewoon een veertiger met spijkerbroek en wit t-shirt met CPT opdruk.
Hij wilde nog even langs kantoor om ons
daar voor te stellen. Handen schudden van medewerkers. Mensen met
een missie, die niet meer in boeken staat maar in de vanzelfsprekendheid
van hun werk. Ook hier werd weinig gesproken, men had het veel te
druk. Voor gezelligheid of nieuwsgierigheid was hier geen plaats.
Derli legde ons later uit dat de CPT hier in een crisis verkeerde
vanwege de aangekondigde bezuinigingen. En dat terwijl ze in het
noorden van Espírito Santo tientallen landbezettingen begeleiden.
Al gauw reden we São Mateus weer
uit. Na nog geen twintig kilometer asfalt begon onze volgende tocht
door de wildernis. Zandwegen vol diepe kuilen, die vol water stonden
van de regen van die nacht. Opnieuw ploegde de auto zich met veel
moeite over sporen van soms maar een paar centimeter breed. Herhaaldelijk
sloegen de wielen in onverwachte spleten en moest ik zoekend bijsturen
om niet van de weg af de diepte in te slippen.
Na anderhalf uur rijden zagen we plotseling
een dikke rookkolom die opsteeg uit de eindeloze eucalyptusbossen
die hier het landschap bepalen. Om de laatste bocht werd een grauwe
vlakte vol iglo-vormige ovens zichtbaar. Daartussen sjokten met
roet besmeurde gestalten heen en weer met zware bundels hout op
hun schouders. Slaven in de 20e eeuw die jaar in jaar uit werken
in deze verstikkende atmosfeer. Zweet, as, hitte van zon en ovens
en het gewicht van de grote manden met verkoold hout. We begrepen
van Derli dat dit werk hier maandelijks minder oplevert dan wat
de "minima" bij ons ongeveer in een halve week ontvangen.
En hier werken ook kinderen en vrouwen. Hoewel de mannen het zwaarste
werk doen. De arbeiders zijn zonder enig contract in dienst van
een baas die weer in dienst is van een grote maatschappij. En in
dat bedrijf hebben Europese investeerders een belangrijke financiële
stem. Hoestend leidde Derli ons langs de eindeloze rijen ovens en
langs de houten huisjes aan de rand van dit "concentratiekamp".
Onder een afdak lagen een paar arbeiders te slapen. Hun gezichten
waren bedekt met zwart stof. De opzichter, een man in een schoon
wit t-shirt en met een kop koffie in de hand, kwam op ons af en
bekeek ons achterdochtig. Onze gids legde uit wie we waren, maar
de man werd alleen maar stugger. We vormden een bedreiging, want
het was niet in zijn belang dat de arbeiders geholpen werden. Hij
wilde alleen maar dat er voor zo weinig mogelijk geld zoveel mogelijk
produceerd werd. Wij bleven vriendelijk, maar de opzichter wendde
zijn gezicht af en maakte een arbeider wakker.
In dit gebied, groter dan Nederland, liggen
vele honderden van dit soort open fabrieken waar houtskool wordt
geproduceerd voor de staalindustrie en de duizenden restaurants
in Rio , São Paulo , Belo Horizonte . We reden verder over
de zandwegen en bezochten nog een paar van deze strafkolonies.
Altijd hetzelfde beeld: desolate vlaktes
waar mensen leven en werken, mooie mensen die niet mooi meer kunnen
zijn, omdat ze hier gevangen zijn, zonder de hoop om ooit een stap
verder te komen. En als hun longen het begeven is er geen dokter
en worden ze begraven in hun eigen as.
São Mateus , vrijdag
Vandaag weer een hele dag met Derli onderweg.
Ditmaal in een ander gedeelte van de streek. Hij wees ons al meteen
op de eerste landbezettingen langs de weg. Kleine stukken land,
waar tientallen tot honderden gezinnen leven. Land, al of niet illegaal
veroverd op grootgrondbezit, een agro-industrie die mensen van huurboerderijen
verdrijft en de vruchtbare bodem uitput met chemische bestrijders
en kunstmatige oogstvermeerderaars. En als het land, het water en
de lucht verpest zijn, laten ze het vaak achter als speculatie-object
. Dan komen degenen die hun recht op grond opeisen. Gelukkig maken
die van dat recht in een toenemend aantal gevallen gebruik. Maar
na hoeveel strijd en met hoeveel slachtoffers?
Eén van de acampamentos (nieuwe bezettingen
die nog illegaal zijn) die we met Derli bezochten gaf er een pijnlijk
beeld van. Honderden mensen, mannen, vrouwen, kinderen, baby's leven
hier in armzalige hutten gemaakt van kwetsbaar landbouwplastic en
takken. De moed die deze gezinnen tot zo'n wanhoopsdaad voert komt
voort uit bittere noodzaak. Ze hebben gewoon geen andere keus dan
vele maanden, soms jaren als nomaden te leven in zo'n tentenkamp.
Vaak zonder de meest elementaire voorzieningen, zoals schoon water.
Er valt niets meer te zeggen als je dit gezien hebt. Een oude vrouw
liet ons een foto zien van haar dochter. Een mooie jonge vrouw die
zelfmoord pleegde, omdat ze, na jaren tevergeefs wachten op een
stukje land, geen toekomst meer zag. We praatten met de bezetters,
jonge en oude mannen en vrouwen. Ze boden ons in een gerafelde tent
koffie aan. Hun hartelijkheid was ontroerend. En hun saamhorigheid.
Ze zijn niet meer alleen en daaruit putten ze hoop. En zo zijn er
in dit onmetelijke land vele tientallen nieuwe bezettingen, acampamentos
, gesteund door o.a. de MST en de CPT , de organisatie waarvoor
Derli, onze begeleider, werkt.
We bezochten ook een paar assentamentos
(gelegaliseerde landbezettingen). Deze gemeenschappen bestaan
al wat langer. Afhankelijk van hun leeftijd zijn ze al in een verdere
fase van ontwikkeling. Maar dan nog bleek dat veel voorzieningen
ontbraken. We bezochten de huisjes van oprichters van de assentamentos
, spraken met hen over hun pionierswerk, al heel wat jaren geleden.
We bekeken de velden met de verschillende gewassen. Alles maakte
een redelijk verzorgde, maar toch vaak armoedige indruk. We maakten
lessen mee op de schooltjes, die de bewoners soms zelf hadden opgezet.
De kinderen stelden ons vragen. Vaak bleek dat ze niet eens wisten
wat Nederland eigenlijk was. Moeilijk om uit te leggen aan dertig
zwijgende gezichtjes. Dan stelden we maar wat vragen aan hen. Uitgestoken
handjes bij het afscheid, soms een knuffel, vaak enorme verlegenheid.
Deze kinderen waren misschien straatkinderen geworden als hun ouders
niet een nieuw leven in de assentamento waren begonnen. Waarom horen
we in Nederland dan niets over deze projecten? De media staan vol
van prachtige projecten in de grote steden: het einde van een proces.
Dat moet veranderen, alleen al om te voorkomen dat de vlucht van
het platteland eeuwig doorgaat en stadsprojecten eeuwig moeten worden
gesteund. De oorzaak ligt hier. Als je gevolgen gaat bestrijden
is het al veel te laat.
We spraken met de onderwijzers over de gezondheidsproblemen
van de kinderen. Het idee ontstond spontaan om iets te doen aan
de verbetering van de schoolmaaltijden. Met in gedachte de landbouwschooltjes
die we bezocht hadden, opperden we het idee om moestuintjes bij
de schooltjes aan te leggen. Het plan werd onmiddellijk enthousiast
begroet. Zo konden ze in de behoefte aan variatie in de maaltijden
voor de kinderen voorzien en tegelijk levend leermateriaal als aanvulling
op de abstracte boeken creëren.
Diep onder de indruk eindigden we onze projectbezoeken
met een lang gesprek op het kantoor van de CPT. We kregen materiaal
mee om te bestuderen. Bij het afscheid beloofden we dat we het contact
zouden intensiveren. Een uitgewerkt voorstel voor de aanleg van
moestuintjes op meerdere landbezettingen zou worden voorgelegd aan
onze stichting.
Onderweg, zaterdag
Afscheid van de droeve waardin van de pousada
" Le baron". Het begin van een lange, lange rit naar Salvador
over steeds slechter wordende wegen temidden van de meest uitbundige
natuur die ik ooit gezien heb. Overal langs de weg mensen op weg
van de ene onzichtbare nederzetting naar de andere. Oerwoud, grote
fazenda's (boerderijen), zwarte bergen, plotselinge tropische regenbuien.
De zon die al het water in een paar minuten weer doet verdampen.
De dorpen bestaande uit vervallen huisjes, soms ineens afgewisseld
met een verrassend nieuwe constructie. Het duister valt weer veel
te snel in.
Onderweg even een stop langs de donkere
weg. Daarbuiten de ontelbare geluiden van de jungle die als bij
toverslag opkomen zodra het licht van de zon verdwijnt. Ik kijk
naar boven. De miljoenen sterren versterken mijn gevoel van nietigheid.
Voor een moment voel ik me helemaal verenigd met de mensen die we
ontmoet hebben en met al die onbekenden die daar in het ondoordringbare
oerwoud wonen onder hetzelfde heelal.
Laat in de avond bereiken we Ilheus . We
verdwalen in langgerekte buitenwijken, waar overal mensen bij de
meest onooglijke huisjes rondhangen. Het is hun leven. Wij dragen
onze eigen last. Zij zijn hier thuis, samen met de anderen. Zij
kennen de betrekkelijkheid van hun situatie, wij de betrekkelijkheid
van onze luxe. Een Fiat en voldoende Reais om 's avonds in een al
of niet schoon bed te slapen. We proberen zo zuinig mogelijk te
reizen. Maar geld is papier en geld uitgeven aan een pousada is
het weer in circulatie brengen van in een stukje papier gefixeerde
energie. Alleen is die energie wel heel erg vreemd verdeeld. Of
is er ook energie zonder geld, buiten geldsystemen? Is de zwakte
van onze economie niet gelegen in haar kracht; de fictieve macht
van cijfers? Wie heeft recht op wat? Allemaal zijn mensen gelijk
in hun einde, niet in hun begin. Maar er zijn ook kansen die je
krijgt en die sommigen onbenut laten.
Ilheus , zondag
Onze nacht in het hotelletje, dat uit maar
vier kamers bestaat, was onzichtbaar omdat we uitgeput sliepen.
In de ochtend maak ik een wandeling langs het vuile strand. Zwarte
gieren pikken in afval, dat overal verspreid voor de houten hutten
ligt. Een klein zwart jongetje met een plastic emmertje vangt garnalen
in de plassen op het lava-achtige gedeelte van de kustlijn. Zodra
hij me in de gaten krijgt, begint hij tegen me te praten. Hij legt
tot in detail uit wat hij aan het doen is. Ik versta de helft niet,
maar ik weet waar het over gaat. De kinderwereld is ook in armoede
een spel. Ineens kijkt hij me ernstig aan en vraagt: "Heb jij
kinderen?" "Nee", antwoord ik. "Neem je me mee,
ik heb geen ouders" In plaats van nee te zeggen, lach ik maar
een beetje naar hem. In de verte roept een oude vrouw ongerust naar
het jongetje. Dat moet zijn oma zijn. Nog even houd ik hem gezelschap
en laat hem babbelen.
Dan loop ik het lege strand weer af, kijk
nog een keer om. Maar het jongetje is mij al lang vergeten. Hij
zit gebogen boven zijn emmertje waarin de glasachtige garnaaltjes
zwemmen. De zwarte gieren vliegen verschrikt op als ik ze nader.
Vandaag weer een paar honderd kilometer,
het laatste stuk naar Salvador. Hetzelfde landschap, groen, groen
en nog eens groen. Waarom is er zoveel ellende in zoveel rijkdom?
Zijn mensen te lui of is hun wil verkeerd gericht? Misschien is
armoede hier helemaal niet zo dramatisch en is ontwikkelingshulp
te vaak een projectie van eigen angsten.
's Avonds gegeten in een Pousada op 50 kilometer
van Salvador met muziek van een Braziliaanse zanger. Teveel Bahiaanse
muziek met zijn eindeloze heimwee, doet wel eens verlangen naar
en stevige rock en roll .
Salvador, dinsdag
Gisteren een ander onderkomen dichterbij
het centrum gezocht. Kleine tegenvaller. Het is druk in Salvador.
In deze Pousada kunnen we maar één nacht blijven.
Voor daarna is het volgeboekt en moeten we weer verder zoeken. 's
Avonds Salvador in. De tocht in een wrakkige bus met houten bankjes
duurde bijna anderhalf uur. Hoe dichter we het centrum naderden
hoe drukker, chaotischer en ook grimmiger de sfeer, vooral in de
halfdonkere en vervallen zijstraatjes. Maar tegelijk ook het beweeglijke,
energieke, zichzelf niet beschouwende leven van al die anonieme
Brazilianen. Hun bereidwillige traagheid die eigenlijk beter aandacht
kan worden genoemd. Die altijd opgestoken duim, dat zangerige praten
dat elk ogenblik als vanzelfsprekend in zingen of swingen over kan
gaan. Alleen in het verkeer kunnen mensen ook hier tijdelijk beesten
worden. Maar dan nog met volop marges, want bijna elke verkeersfout
wordt vergeven. Behalve het zondigen tegen de paar regels die vaststaan,
zoals in een eenrichtingsstraat in de verkeerde richting rijden,
hoewel dit vaak niet of niet duidelijk aangegeven staat. De uitzondering
zijn stoplichten. Zolang je enigszins kunt moet je gewoon door rood
rijden. De politieagent op de hoek kijkt er niet van op.
We stappen uit op het halfdonkere Praça
do Sé aan de rand van de " façade-oase "
van Salvador; het uit zijn as herrezen Pelourinho . Deze Portugees-koloniale
wijk die door de gemeente en andere sponsors voor miljoenen perfect
is opgeknapt, is zó vlekkeloos dat je je op slag niet meer
in Brazilië waant, maar in een Europese of Portugese stad.
Doordrongen van een Afrikaanse smaak, maar zonder leven. We wandelen
rond tussen de oude kerken, de vele fel gekleurde huisjes (die we
in de rest van de stad nog nauwelijks gezien hebben) de sfeervolle
restaurantjes. Er is hier bijna geen mens op straat. Dit is het
beeld van het Salvador uit de toeristenfolders, een perfect geregisseerd,
maar vals beeld. Salvador is niet mooi. Het is een verzameling van
krottenwijken, middenklasse-wijken en geïsoleerde blokken van
condominiums . Daartussen veel te volle, veel te smalle wegen. Daarbuiten
aan de ene kant het grote, grote groene land, waarachter de oprukkende
woestijn en aan de andere kant de eindeloze zee.
Voor het eerst na ruim 1600 km vanaf Rio
lukte het om geld te wisselen in een kantoortje dat tegelijk reisburo
, boekwinkel, souvenirshop, barretje en vergaderruimte is. In een
van de stijlvol gerestaureerde restaurantjes eten we een vegetarisch
Bahiaans gerecht. Na het restaurantje een korte wandeling. Alleen
wat onwennige toeristen bevolken de wijk. We lopen terug naar het
Praça do Sé. In het halfduister hier ineens opvallend
veel hoeren en straatkinderen. Het loopt tegen half elf, de meeste
gewone mensen zijn al naar huis. We zoeken een bus terug naar de
wijk van ons hotel aan de kust. Ik vraag het aan een jonge vrouw,
maar ze weet het niet en geeft de vraag door aan een oudere man.
Ze stappen in de bus, waarop een naam van een bestemming die ik
niet ken. We blijven staan. Er is nu geen wachtende passagier meer
te bekennen.
Plotseling geluid van rennende voeten achter
ons. Ineens zijn er een heleboel schaduwen van kinderen om ons heen.
Een hand die in mijn achterzak graait. Ik leg snel mijn hand op
het bundeltje Reais . Er komen meer kinderen, meer handen proberen
in mijn zak te graaien. Ik vloek, maar het maakt geen enkele indruk.
Ze zijn in de meerderheid en proberen ons in te sluiten. We lopen
sneller, maar waarheen, overal donker, overal begerige armoede.
Voor hen zijn wij toeristen, weten zij veel dat we hier zijn om
hen te helpen? Weer die handen en die schorre stemmen die dreigen,
bedelen, grommen.
En dan ineens dat jongetje, niet ouder dan
negen, met een flink stuk hout, die op me afrent met een meedogenloze
blik en die naar me uithaalt. Ik duik weg en begin te rennen. Irene
aan de hand meesleurend. De bende kinderen achter ons aan. We zijn
niets meer, dat voelen zij ook. Het is nu of nooit. Ergens stopt
een bus. Het jongetje haalt naar me uit en de knuppel zwaait rakelings
langs mijn hoofd. De deur van de bus gaat open, we springen naar
binnen. De groep achter me deinst terug voor het T.L. licht en de
aanwezigheid van "gewoon" volk. "Rijden" zeg
ik tegen de chauffeur. Hij schakelt onmiddellijk. Achter me sluiten
de deuren. Vuile handjes op het glas. Het enige gevoel dat ik in
die kinderogen ontwaar is teleurstelling over deze mislukte overval.
Ik had het kunnen weten. Trillend van schrik en woede duiken we
in één van de gescheurde banken. De bus rijdt, doet
er niet toe waarheen, weg, weg hier uit het vagevuur, de hel, het
monster. Lachen om mezelf; wat had ik dan verwacht? Bestolen door
mijn eigen doelgroep; de natuur zoekt zijn evenwicht; rijk steelt
hier toch van arm, dus steelt arm van middenklasse.
In een buitenwijk stopt de bus: eindhalte.
We weten niet waar we zijn. De chauffeur begrijpt niet waar we heen
willen. Hij heeft zijn eigen vaste route. Salvador is veel te groot.
Wachten op een aansluiting, zo dicht mogelijk in de buurt van licht
en het kleine groepje wachtende mensen. Nee, ik neem geen taxi,
ik wil niet vluchten. Maar ik vlucht. Naar het hotel, een fles koud
water, een paar sigaretten en weer een slechte nacht; de luxe van
een reiziger die nooit ophoudt met zoeken, vragen, berusten, vergeven,
nauwelijks vergeten.
Salvador, woensdag
De halve ochtend op zoek naar een kaart
van Salvador en nog wat onvindbare noodzaken . Geen plattegrond
te vinden, nergens. Terug op de kamer een verstikkende warmte, ook
hier is de airco kapot. Maar het is veel te warm. Dus vragen we
of de beloofde airco toch in werking gesteld kan worden. De dikke,
als een soort piccolo geklede bediende in zijn veel te groot
en afgedragen jasje bemiddelt. Hij loopt alsmaar heen en weer om
onze simpele vraag aan zijn onzichtbaar blijvende baas voor te leggen.
Uiteindelijk komt er dan toch een andere oude airco, die vermoedelijk
uit de kamer aan de andere kant van de gang is gesloopt. Zodat
de volgende gast onze kapotte airco krijgt. Zelfs samen met een
magere monteur krijgt de hevig zwetende piccolo de veel te zware
bak niet op zijn plaats getild. Ik bied aan om te helpen. Ze weigeren
categorisch. Ik zie de grote zweetkringen op het jasje van de piccolo.
Ik dring nogmaals aan. Vol schaamte accepteren ze. Na een hoop gesjor
en gedoe kunnen we de airco eindelijk aansluiten. Ook de fooi willen
ze eerst niet aannemen. Duidelijk opgelucht en met de traditionele
duimen heel erg omhoog verlaten de twee onze kamer.
Salvador, donderdag
Zonder kaart op zoek naar de meest onvindbare
plek in een doolhof van een reeks labyrinthen. We hebben een adres,
maar niemand kent de straat. Na vele malen vragen komt iemand op
het idee om naar het vermelde telefoonnummer te bellen. Er is een
telefooncabine in een winkeltje dat bijna helemaal leeg is en waarvan
me niet duidelijk wordt wat er verkocht wordt. Alleen op de toonbank
staat een doos vol met lippenstiften. De vrouw is heel behulpzaam.
Ze pakt alsmaar mijn arm vast, denkt hardop na en geeft me moederlijke
klopjes op mijn schouder. De zon staat recht op het winkeltje. Het
verkeersgeluid is oorverdovend en ze moet schreeuwen om zich verstaanbaar
te maken. Ik ben al lang blij dat zij even voor me wil bellen. Ik
vrees voor een nieuwe reeks misverstanden en een nieuw labyrinth
. Na het bellen tekent de vrouw een plattegrondje. We moeten ergens
bij een watertoren zijn. Na een afslag "bij een restaurantje
of een bank" de 3e rechts, 2e links, bij de bakker weer links
of rechts en dan weer vragen. Weer die prachtige aanrakingen bij
het afscheid.
Toch moeten we onderweg weer vragen aan
allerlei mensen of we goed zitten. Geen van hen weet of de straat
eigenlijk wel bestaat. Een oudere man, eigenaar van een videotheekje
met niet meer dan dertig video's, weet meer. Volgens hem is de straat
die we zoeken misschien wel deze straat. Maar die heeft dan wel
twee namen en mogelijk begint hij bij de buurman. We volgen de nummers,
maar die verspringen soms met 100 tegelijk. We vinden 3 huizen waar
nummer 5 op staat. Nee, dit blijkt niet de straat. Verder vragen
helpt weinig. Grote kuilen in de zanderige weggetjes bemoeilijken
het rijden.
In een stil middenklassersstraatje , bel
ik bij nr. 5 aan. Nee, volgens het jongetje dat opendoet is dit
niet de goede straat. Kent hij de organisatie waarnaar we op zoek
zijn misschien? Ja, dat is wel in deze straat, maar het huis heeft
geen nummer. Gelukkig, we zijn tenminste in de buurt.
We kloppen aan. Een bezwete man doet
open. Nee, er is niemand meer op kantoor. En we hadden een afspraak!
Niets aan te doen. "De professor", ligt onverwacht na
een een hernia operatie thuis. We moeten hem maar proberen te bellen
voor een nieuwe afspraak. Alle moeite voor niets.
Verder naar een volgend bezoek.
Het circus-project is gemakkelijk te vinden,
want de tent staat aan de weg langs de zee. Straatkinderen die hier
worden begeleid in alfabetisering, hygiëne, herstel van het
contact met de familie en een opleiding tot circus-artiest . We
praten met de oprichter, een zestiger met een prachtige grijze baard
en lang golvend haar en een lerares. Een toevallig aanwezige journalist
loopt wat rond en maakt foto's. Het lijkt wel of hij ons gesprek
afluistert. Morgen zullen we terugkomen als er lessen zijn.
Salvador, vrijdag
Een paar lessen in het circus bijgewoond
en met begeleiders en kinderen gepraat. Het interessante aan dit
project is, dat hier zowel straatkinderen als kinderen uit de middenklasse
samen les krijgen. Dat is uniek in Brazilië. Het is een heel
goede manier om vooroordelen van beide kanten weg te nemen.
Tijdens een pauze komt een medewerkster
haastig op ons af en laat ons een artikel zien. Het is de plaatselijke
krant van vandaag. Er staat een grote kop boven "De Hollanders
komen het circus redden". En dan de naam van onze stichting.
Terwijl we nog niets toegezegd hadden. En zelfs niet eens een aanvraag
hadden gekregen. De medewerkster verontschuldigt zich omstandig.
Ze benadrukt dat dit helemaal niet de bedoeling was. De journalist,
op zoek naar bladvulling, had gisteren op zijn reportage ons bezoek
gewoon gebruikt. Ze vindt het duidelijk heel erg. Wij maken haar
duidelijk dat we er wel om kunnen lachen. Nee, natuurlijk hoeft
er geen rectificatie te komen.
Vanochtend toch telefonisch een afspraak
kunnen maken met "de professor", die alweer op de been
blijkt te zijn. Wat die titel "professor"betreft, in Brazilië
worden mensen die iets meer geleerd hebben of die een bepaalde sociale
status hebben al gauw professor of doctor genoemd zonder dat ze
dat werkelijk zijn.
Die middag weer door het labyrinth naar
het afgelegen kantoortje aan de rand van de stad. Opnieuw een ontmoeting
met alweer zeer geëngageerde mensen. En de uitleg van een problematiek
die we wel hadden vermoed, maar nog niet specifiek en zo eigen voor
dit gebied. Een ruimhartige en simpele ontvangst. Hartstocht is
misschien het beste woord om hun enthousiasme te beschrijven. En
wat kunnen deze mensen mooi zijn zonder het te beseffen, zonder
ermee te spelen, zonder die schoonheid te gebruiken.
De organisatie beheert projecten in een
aantal verarmde vissersdorpen in het uiterste noordoosten van Bahia
. Werkloosheid, ziektes, analfabetisme, overal hetzelfde verhaal.
Maar hier weer net andere oplossingen, een andere cultuur,
een andere fase van onderontwikkeling.
"De professor" blijkt een Spanjaard
te zijn die hier al tientallen jaren woont. Ooit hier begonnen in
een tijdelijk uitzendings-programma , maar voorgoed gebleven. Het
werk is moeilijk, de overheid doet niets, de situatie gaat achteruit,
mensen trekken weg, jongeren zijn niet gemotiveerd. Salvador slokt
hen op, zelfs al weten ze dat ze het misschien helemaal niet beter
zullen krijgen. Hoop is niet van hier, maar van elders . Onze aanwezigheid
geeft hen hoop, zeggen ze. Ze zijn dankbaar voor onze aandacht en
voor het feit dat we hen, zo ver weg van alles, toch gevonden hebben.
We spreken af dat zij zullen nadenken over een mogelijke invulling
van projecten.
Bij het afscheid vraagt de professor plotseling
hoeveel wij eigenlijk te besteden hebben voor een project. Moeilijk
om te zeggen, zeker in dit stadium. Maar we noemen een voor ons
haalbaar bedrag. We willen hen niet onnodig blij maken. Het kan
zijn dat onze stichting niet alle bezochte projecten kan steunen.
Aan het gezicht van de professor zie ik dat hij het niet veel vindt.
Dat verbaast me. Bij het afscheid loopt hij duidelijk mee om te
checken of onze auto een duur exemplaar is. Niemand is zo gek om
van zo ver te komen met lege handen. Mijn aanvankelijke vertedering
voor de gedrevenheid van de medewerkers blijft. De indringende vraag
van de professor was te verwachten. Dit is niet de eerste keer,
dat men over "hoeveel" begon. En ook niet de laatste.
Die avond raken we verzeild op een terras
vol geuren van houtskool en vis, volksmuzikanten, bedelende kinderen
en honderden mensen die bij elkaar zitten in een eenheid die niemand
bedacht kan hebben, maar die toch als een gemeenschap voelt. De
vrouw die ons aanspreekt heeft al een tijd aan het tafeltje tegenover
ons gezeten. Ze drinkt en deint mee met de muziek van de Sertão
(het zeer droge gebied in het Noordoosten van Brazilië). De
band bestaande uit drie mannen (trommel, accordeon, triangel en
zang), is geïnstalleerd op een podium dat niet veel groter
is dan de horizontale dwarsdoorsnede van hun lichamen. Tegenover
de vrouw zitten een jongen en een meisje vrij stil, behalve op de
momenten dat ze elkaar een innige kus geven. De vrouw lijkt helemaal
op te gaan in de muziek. Tussendoor werpt ze nieuwsgierige blikken
in onze richting. Een glimlach wordt met een glimlach beantwoord.
Ineens staat ze op en komt zonder iets te vragen bij ons aan tafel
zitten. Praten, aanraken, flarden verstaan, lachen, bier inschenken.
Vragen: waar komen jullie vandaan, hoe heet je, wat doe je hier.
En nog een heleboel woorden, gebaren, gezichts - en lichaamsuitdrukkingen.
Ze is de moeder van de jongen en sinds kort de schoonmoeder van
het meisje. Ze heeft een barraca (barretje op het strand) vlakbij.
We moeten morgen beslist langskomen. Dan zal ze ons ook voorstellen
aan haar moeder, die vlakbij het vliegveld woont. En ze heeft ook
nog vier broers en zussen, maar die wonen allemaal in Europa. En
ze houdt van dansen en ze danst wel elke nacht als het kan zonder
te slapen. Ineens trekt ze me mee naar de houten dansvloer. Ze lacht
en ze swingt al gauw met heel haar glimmende zwarte lichaam. Irene
danst met de zoon. Maar zijn vriendin wordt jaloers. De cachaça
doet zijn werk. Ik dans met de moeder alsof ik met heel Brazilië
dans. En ik voel de eenzame dronkenschap van dat stukje heelal dat
zich tegen me aandrukt als een zwetende Afrikaanse moeder. Wie weet
is ze wel een hoer, maar wat kan mij dat schelen. Wie weet wil ze
me wel versieren, maar ik wil haar onder geen voorwaarde van zichzelf
afpakken . Steeds dronkener worden we van de nacht, de andere dansers,
de zeewind door alle open ramen, de zichtbare en onzichtbare krachten
die vanuit de ruimte op de droge warme Braziliaanse aardkorst neerkletterden.
Midden in de nacht nemen we afscheid, beloven vaag dat we langs
zullen komen.
Salvador, zaterdag
En toen kwam de inzinking. Natuurlijk vermoeidheid.
Daaruit irritaties, verwijten, zinloosheid. De ene opmerking lokte
de andere uit. Ruzie en niet meer met elkaar praten. En daarna toch
weer gelijk willen hebben en dus weer argumenteren. Van de zogenaamde
rustdag kwam niets terecht. Met een kater van jewelste, vol moeizame
analyses. Irene zei dat ze hier niet kon leven, dat ze zich hier
niet thuisvoelde . Ik beweerde het tegendeel, misschien wel uit
baldadigheid, maar het gevoel van dat moment was wat telde. En natuurlijk
had Irene net zoveel pijn in haar hoofd en in haar maag als ik.
Maar we waren nu even totaal op onszelf aangewezen en konden elkaar
eindelijk niet meer helpen, want het ging om iets wat onverenigbaar
was. Juist omdat het hetzelfde was, namelijk de totale onmogelijkheid
om ons met de wereld, de materie, de emotie, zelfs niet met onze
eigen wensen, te verenigen.
De middag bracht wat meededogen . En omdat we elkaar al zo lang
kennen, lieten we onszelf maar een beetje zijn in alle triestheid
en lichamelijke post-alcoholische zwakte. Afhankelijk van elkaar
zijn en naar onafhankelijkheid streven. De onmogelijkheid van de
combinatie van intimiteit en engagament met de wereld. Emoties slijten,
vergeving is laf en daarom nog mogelijk.
Salvador, zondag
Vandaag hebben we een tweede poging gedaan
om in de wijk Pelourinho door te dringen. We hadden een verstandiger
tijdstip uitgekozen. Het was overdag in de volle zon, in gezelschap
van zondagse burgers en hier en daar wat groepjes dolende toeristen.
We zagen weer straatjongetjes, maar ze waren getemd door het daglicht
en verkochten pinda's of bedelden om een dollar. Ze noemden ons
"Amigo" en lachten, ze vochten om het drankje, dat we
hen gaven, dropen af als we nee zeiden en kwamen steeds weer terug
om nog een poging te wagen door op ons gemoed te werken. We kochten
wat Bahiaanse rommeltjes in donkere stalletjes. Terwijl we in een
kerk wat rust en verkoeling zochten, probeerde een gids ons een
candomblé-avond te verkopen. Een tweede gids kwam erbij staan
en begon ruzie te maken met de eerste omdat hij vond dat de ander
zijn klanten afpakte. Een paar biddende gelovigen voorin de kerk
keken bestraffend om.
Terug bij het hotel maakten we nog een
wandelingetje langs het verlaten strand. De laatste vermoeide drankjes-verkopers
rustten wat uit, zittend op hun koelboxen. Zwerfkinderen probeerden
weer een aanslag te doen op onze liefdadigheidsgevoelens. We raakten
er misschien wel aan gewend. Het werd laat. Ineens schoot vanuit
een zijstraatje een vrouw op ons af. Ze had een kindje van een jaar
of drie aan de hand. " Jesus te ama " ( Jesus houdt van
u) zei een schorre stem. En ze vervolgde klagend dat haar kindje
ziek was en dat ze geen geld had voor geneesmiddelen. Ik vroeg wat
het kind had. En de vrouw begon overdreven te hoesten en commandeerde
het kind om ook te hoesten. Op een afstandje stond een man tot te
kijken en begon deel te nemen aan het gesprek. Ook hij wees naar
zijn borst en begon hoestgeluiden te produceren. En ja hoor, daar
ging mijn portemonnee alweer open. En voor ik het wist gaf ik de
vrouw met de verslaafde ogen een bedrag waarvan ze het kind minstens
een week te eten kon geven. Daar heeft ze lekker een paar flessen
cachaça van kunnen kopen. Zo worden hier dus de problemen
"opgelost". Je kind exploiteren. Ik walgde van mezelf.
Had ik na al die reizen nu nog niet geleerd dat het op deze manier
zinloos is te geven? De enige hoop was dat het kind een paar dagen
minder slaag zou krijgen omdat papa en mama voor even in hun roes
konden wegzakken.
Salvador, maandag
In het krankzinnige verkeer probeerden we
wéér het centrum te bereiken. Na nieuwe ontmoetingen
met weer nieuwe organisaties opnieuw vastgeraakt in de files. We
namen een zijweg en verdwaalden in het avondschemer in grimmige
achterbuurten. De auto viel stil in een diepe kuil in een steegje.
Armoedige ogen staarden ons aan, onzichtbare handen probeerden de
portieren van de auto open te rukken. Begerige vingers probeerden
ons opnieuw te beroven. En ineens was Brazilië niet zo lief
meer. We voelden de andere helft van diezelfde mooie hartstocht
als een monster met ontelbare tentakels die ons insloten en ons
zonder enig mededogen verslonden en terugbrachten tot de enige staat
waartoe ieder mens gedoemd is: de totale verdwijning. Maar het moment
vlak voor de verslinding door het roofdier, dat eeuwig uitgestelde
moment, die hoop op redding, is de grootste angst. Laf word je,
je belooft alles om maar niet te hoeven sterven, je vernedert jezelf
om maar niet alleen te hoeven zijn, oog in oog met de dood, die
wacht, loert en zijn eigen moment kiest, later, vroeger, maar alstublieft
niet nu..
Kwamen wij de arme Brazilianen helpen? Of
hadden ze macht over ons door hun niets ontziende verharding?
Die nacht was ik weer onrustig. Voor het eerst deze reis voelde
ik me, net als Irene eerder, totaal ontheemd. Maar ik had ook geen
hoop op een thuis in mijn eigen land. Want ook daar voel ik me soms
een vreemdeling, zonder te begrijpen waarom en zonder het te accepteren.
Onderweg, dinsdag
Voorbereiding op de terugtocht. Alles kost
hier minstens drie keer zoveel tijd. Verder is er de hitte, de gezondheidskwaaltjes
en de leegte achter dit alles.. Er is geen tijd voor gevoeligheden.
We moeten nog zeker vijftienhonderd kilometer rijden over de eindeloze
stoffige wegen. Armoede. Mannen met trieste bundels oogst op hun
schouder en een pre-historisch kapmes in hun vuist. Vrouwen met
wasgoed op hun hoofd en een rij kinderen aan hun hand. Uitgestrekte
fazenda's , oerwoud, hutten, opgetrokken van de meest ondenkbare
materialen, en altijd weer die opgestoken duim en die onbevangen
glimlach als je iemand aankijkt.
Het werd gevaarlijk toen we de volgende
stad naderden. De schemer viel in en het begon te regenen. De verblindende
lichten van inhalende vrachtwagens, gecombineerd met plotseling
opdoemende diepe kuilen in het wegdek, zorgden ervoor dat we af
en toe slipten, van de weg afraakten en bijna wegzakten in de modder.
Vloekend op het onverantwoordelijke rijgedrag van de Brazilianen,
bereikten we eindelijk een pousada in de binnenstad. Een schril
contrast zodra je uit de auto stapt, gedienstige handen die je bagage
aannemen. De eigenaar begint een praatje over de voetbalwedstrijd
op de televisie, die altijd en overal aanstaat.
Onderweg, woensdag
Verder rijden. Weer talloze armoedige buitenwijken
van duizenden rottende, wegzakkende houten krotten langs de rivier,
op heuvels en aan de rand van de jungle. Kinderen van zes, zeven
die met scheppen gaten in de weg hebben gemaakt om zo blokkades
op te werpen. Daardoor worden voorbijgangers gedwongen om te stoppen,
zodat ze kunnen bedelen. Soms gebeurt dit heel gelaten en stil.
Soms heel agressief. Gelukkig hebben we bij projecten ook andere
oplossingen gezien om de ellende de baas te worden. Gieren op een
mestvaalt of mieren die een huis bouwen. Dat zijn de tegenstellingen
die je in dit helse paradijs kunt tegenkomen.
Tegen de avond bereikten we Itamaraju .
Bellen naar de organisatie. Wachten op een telefoontje van de directeur.
Hij klonk gestresst. We kwamen niet op een geschikt moment en moesten
wachten tot morgen. De volgende ochtend stond hij met zijn vrouw
om zeven uur in het hotel.
Itamarajú , vrijdag
Gisteren en vandaag lange dagen vol projectbezoeken
en nieuwe ontmoetingen. Aan het einde van de tweede dag toch weer
ineens een terugval in mijn concentratie om Portugees te verstaan,
een soort blackout . Veel mensen hier schijnen niet te begrijpen
wat het is om in een andere taal te moeten communiceren. Ze kennen
geen andere taal dan Portugees en houden er dan ook meestal geen
rekening mee. Ze kwebbelen maar door. En ze kunnen er wat van.het
lijkt alsof je steeds weer een nieuwe " palestra " (lezing)
op je af krijgt. Alle informatie is voor ons ook nog eens totaal
nieuw. En elke situatie is weer anders. Uiteindelijk is het natuurlijk
allemaal weer heel leerzaam. De organisatie helpt kleine boeren,
landbezetters en indianen met deskundige adviezen op het gebied
van landbouw, onderwijs, recht op land, gemeenschapsvorming.
Opnieuw een bezoek aan een grote assentamento
, midden in de wildernis. Schrijnende armoede, veel kinderen met
snotneuzen, luizen. Lemen hutten. Een schooltje met twee overvolle
klassen aan een riviertje waar vrouwen de was doen. Nieuwe gezichten
van onderwijzers, boeren met simpele landbouwgereedschappen , mannen
te paard, vrouwen die midden in een grote berg maniok zitten
en de zwarte schil van de wortel afschrapen, een huilend jongetje
dat eenzaam over een landweg loopt. De mensen van de organisatie
vertellen ons over hun idealen. Ze willen een beter schoolgebouwtje
neerzetten, dat meteen gebruikt kan worden als vergaderruimte. En
ze willen een slaapruimte voor de onderwijzers creëren, zodat
die hier kunnen overblijven als het weer te slecht is. Er is verdeeldheid
in de assentamento . Dat willen ze oplossen. En ze willen de landbouw
verbeteren, fruitbomen neerzetten en het regenwoud voor een deel
herstellen. Een ander deel van de bewoners wil geen bos meer planten.
Ze willen veel vee houden, geld verdienen. Vertegenwoordigers van
de beweging van de landlozen moedigen hen daartoe aan. Onze begeleiders
willen een langzamere, maar degelijker ontwikkeling, met aandacht
voor de uitgeputte bodem. We lopen door een veld vol jonge sinaasappelboompjes.
Aan de overkant van het dal zien we de kale weilanden met zwartgeblakerde
boomstronken. Daar heeft de organisatie geen zeggenschap.
En dan zijn er nog de religeuze sektes.
Zoals de Assembleia de Deus die voet aan de grond proberen te krijgen
in heel Brazilië. Ook hier, aan de rand van de assentamento
, staat een kerkje met de bekende trapgevel , die je in elk gehucht
kunt aantreffen. Ze vragen geld van arme mensen in ruil voor zieleheil
. De jongeren gaan erheen om wat afleiding te krijgen. Er wordt
immers muziek gemaakt. En gebeden. En er worden beloften gedaan.
Misdaad in naam van de Schepper. Dan toch maar liever T.V. als amusement?
Dat zal hier nog wel even duren.
Die zelfde avond rijden we met de vrouw
van een van de landbouwspecialisten naar de stad Teixeira de Freitas
, waar we een bijeenkomst bijwonen van een groep landlozen. We worden
aan allerlei mensen voorgesteld. Er wordt een toneelstuk opgevoerd
waarin de geschiedenis van de onderdrukking in Brazilië wordt
uitgebeeld. De burgemeester houdt een vurige toespraak, sigaret
in de linkerhand, rechterhand onafgebroken in beweging. De landlozen,
armoedig gekleed, zwijgend en onwennig in deze stadse omgeving,
luisteren toe. Soms wordt er vanuit de overvolle zaal ineens bevestigend
geroepen, geapplaudisseerd. Er is een duidelijk contrast tussen
de landbouwers en de studenten en leraren van de universiteit die
deze avond hebben georganiseerd.
Tijdens de pauze ontmoeten we een Nederlandse
pater die hier al tientallen jaren woont en werkt voor de allerarmsten.
Hij is zeer kritisch op de overheid en vooral op de corruptie, het
grootschalig verdwijnen van geld dat eigenlijk voor sociale projecten
is bestemd. Hij vindt dat buitenlandse organisaties eigenlijk geen
geld moeten schenken, omdat ze dan de corruptie indirect bevestigen
en de bevolking niet gestimuleerd wordt om er iets tegen te doen.
Wij zeggen dat we ook niet willen dat mensen afhankelijk worden
van buitenlandse steun, maar dat we groepen juist willen steunen
in hun strijd tegen corruptie en afhankelijkheid. Zijn bevlogenheid
maakt grote indruk. Het is een van de vele lessen tijdens deze oriëntatiereis
die we zeker mee moeten nemen in onze verdere plannen. Na de pauze
weer toespraken, een fototentoonstelling van de bekende Braziliaanse
fotograaf der misdeelden , Sebastião Salgado , gezang van
de studenten, gesprekken met volslagen onbekenden die ons aanspreken
of ze ons al jaren kennen. Overweldigend, zoals deze hele reis.
Teveel en toch niet genoeg. We moeten nog veel leren, beter begrijpen,
er verder in gaan. Maar eerst verantwoording afleggen in Nederland,
uitleggen wat we gezien hebben en dat het allemaal niet zo eenvoudig
en eenduidig is als we dachten.
Weer een afscheid. Weer zeggen dat we gauw
van ons zullen laten horen. We hebben nog geen belofte gedaan. Dat
proberen we zo weinig mogelijk te doen. Maar we weten nu al dat
we ook hier iets zullen gaan doen om te helpen.
Campos , zaterdag
's Avonds aankomst in Campos , een keurige
stad aan een grote rivier. De binnenstad doet heel Europees aan.
Voor het eerst weer een veilig gevoel. "Beschaving". Een
perfect hotelletje zonder muggen. Maar er ontbreekt iets. Het zijn
de beelden, de geluiden, de geuren, de gebaren van de afgelopen
weken, het grote grote land, het vergeten Brazilië, en een
stukje van onszelf.
Onderweg, zondag
Via de kustweg, vissers- en badplaatsjes,
mooie- en lelijke landschappen, een te lange zit en even een bliksembezoekje
aan het plaatsje Maricá . Via de lange Niteroi-brug rijden
we eindelijk weer het prachtig verlichte Rio binnen. Gelukkig is
het zondag en kunnen we zonder files recht naar het centrum rijden.
Door de week kan zo'n afstand door de stad soms wel uren in beslag
nemen. Wat een luxe om hier te zijn en wat een verschil met het
achterland.
Rio , maandag
Half vijf in de ochtend. Ik open het verveloze
raampje. Drie verdiepingen lager: de zee. Donker nog. Een paar vuile
sterren in de mist boven de vloed. Het water van de oceaan dat in
witte kragen uitrolt op het strand en zacht tegen de kaden kruipt.
Lichten van schepen voor anker bij de maan. Een vuurtoren op het
eiland in de verte. De landtong van Arpoador die aan de linkerkant
donker in zee uitloopt. Het is daar gevaarlijk nu, zeggen ze. Er
slapen straatkinderen in de holen. Ze snuiven, eten weggegooide
McDonaldhappen . Ze wassen zich in zee. Ze beroven nietsvermoedende
Amerikaanse toeristen die in therapie yoga doen op het beetje strand
dat de golven nog vrij laten. Krabbetjes, garnalen, insecten, vissen,
ze zoeken ook hun geheime weg onder al dat water. Ze eten elkaar
op.
De lampen op de boulevard beschijnen een
lange rij bomen en bankjes. Op de bankjes hier en daar een warme
massa onder een deken of een gescheurde jas. Het is hier gelukkig
bijna altijd zomer.
Een slapeloze vrouw in joggingpak laat haar
hondje uit. Ze glimlacht alsmaar. Langs de stille boulevard loopt
ze terug naar haar appartement. Een auto komt uit een ondergrondse
garage, klaxonneert . De man in het wachthuisje die de hele nacht
waakt over het gebouwencomplex, doet gedienstig de hefboom omhoog-omlaag
en gaat weer bij zijn portable in die vierkante meter hut zitten.
Ik heb met hem gepraat, hij komt uit Ceará in het verre noordoosten.
Heeft zijn gezin achtergelaten, al twee jaar geleden. Er was geen
werk meer in zijn dorp. Elke maand stuurt hij geld naar huis. Hij
hoopt dat ze op een dag naar Rio zullen komen. Maar hij sterft van
heimwee.
Vijf uur. De vuilniswagen. Het afval. De
oranje pakken van de ophalers. Zij komen ongetwijfeld ook van ver
weg.
Een man en een vrouw in wit T-shirt met
dezelfde opdruk, energiek zwaaiend met hun armen, in looppas rakelings
langs de doodstille figuren op de bankjes.
Tegen het hek van een huis zit een jongen
van vijftien. Achter het hek suft een poedel. De zee. De schepen
voor anker. De stad hierachter. De lichten van appartementen en
favelas , verblekend in de opkomende zon. Twee patrouillerende politiemannen
met knuppels en pistolen op hun heup. Ze kijken niet eens naar de
vrouw onder de ruiten deken. Straks om half zeven zal ze opstaan,
haar haren en haar uniform gladstrijken, een slok uit haar thermosfles
nemen en naar de supermarkt lopen waar ze veertien uur ononderbroken,
zes dagen per week de kassa bedient. De zevende dag zal ze teruggaan
naar haar gezin in de veel te verre wijk aan de rand van de alsmaar
groeiende stad.
De zee. De sterren. De man met het fototoestel
, wat doet hij hier om half zes? Stelt de lens scherp. De camera
flitst. De dia in de huiskamer in Dallas zal de ruiten deken tonen
en de blote voeten en de schoenen onder de bank die nooit gestolen
worden omdat ze te oud zijn.
De straatkinderen slapen nog in de rotsen
onder de vuurtoren. Een van de meisjes zit met haar handen op haar
zwangere buik, starend over het water. Wie was de vader? Uit een
van de hoge appartementen verschijnt een bejaarde man op het balkon.
Hij staart naar de zee, dezelfde zee. Het jongetje tegen het hek
schraapt een halve kokosnoot leeg. Op de boulevard komt langzaam
het zesbaans verkeer op gang.
Het wordt echt dag nu. De lichten op zee
verdwijnen. De palmen boven de bankjes worden schaduwen. De zee
wordt van de hemel gescheiden. Meer mensen verschijnen op straat.
Een sjofele man met een grote reistas gaat naast een slapende hoop
zitten en begint met de zee te praten. Zijn handen zwaaien boos,
zijn vinger wijst overtuigend naar een punt in de verte, hetzelfde
punt. Ondertussen friemelt zijn linkerhand aldoor zenuwachtig aan
de hengsels van zijn tas. Niemand let op hem.
Het zonlicht is met de minuut voller, maar
het blijft toch nog een moment koel. De eerste zwemmer duikt in
de golven waarop een verdachte groene materie danst. De riolen van
Rio. Ergens klinkt muziek. Op de hoek is de Bahiaanse druk in de
weer met het uitstallen van haar oventje en de etenswaren. Het verkeer
raast langs, zwelt aan. Allemaal op weg naar het centrum of nog
verder.
De bewegingloze slapers op de bankjes vertrekken
een voor een, sommigen naar hun werk, anderen naar een nieuwe slaapplaats.
De mist kruipt langzaam van de bergen in de richting van de kust.
Een doordringende stank vult de hotelkamer. Al gauw drijft een doorzichtige
nevel over de eerste volleybalspelers, de straatkinderen die uit
de grotten zijn gekomen, de meisjes met de strings , de venter met
de maiskolven , de Bahiaanse met de hapjes. Dit is de gezamenlijke
walm van tienduizenden uitlaten, fabrieken, riolen, stinkende beekjes,
stilstaande plassen , stervende bomen, menselijke lichamen, de baaien
bij Niteroi en langs de Avenida do Brasil , waar het water niet
goed weg kan, vooral niet bij de tientallen favelas.
De gekke vrouw die elke ochtend op dit uur
verschijnt en tegen iedereen praat, loopt met grote stappen op en
neer, honderd meter heen, honderd meter terug. Elke dag is haar
shirt met de opdruk "Jezus is de weg" perfect schoon.
Ze praat niet echt tegen iemand in het bijzonder, eerder over de
voorbijgangers heen. Ineens zet ze een lied in en slaat daarbij
woest de maat. Ook haar ogen staren naar iets daar in de verte,
de hoogte, de redding die ze preekt. Het jongetje tegen het hek
lacht haar niet uit. God is niet voor cynici. De stem van de vrouw
is niet zo schel en toonloos als die van de hotelgast bij de bedompte
receptie. Ik weet inmiddels dat hij wetenschappelijk medewerker
psychiatrie is aan een of andere Oostenrijkse universiteit. Ongegeneerd
hard geeft hij de Zwitserse hippie een ongevraagde analyse van de
Braziliaanse politiek. Waarom hier? De baliemedewerkers lachen stilletjes
om die uitslover.
We lopen naar de bushalte, wachten geduldig
in een rij van stille vermoeide mensen. Bussen remmen schokkend
en trekken ook weer hikkend op. We wringen ons door het poortje
en blijven heen en weer deinend tussen de passagiers hangen. Op
weg naar een groot kantoor in het dichtslibbende centrum.
Rio , woensdag
Ondanks mijn gevoel van weemoed over
het Brazilië dat we op deze indringende reis hebben leren kennen,
ben ik eigenlijk toch een beetje blij dat we vandaag vertrekken.
Ik begin nu echt genoeg te krijgen van al dat gereis. Pousada in.
Pousada uit. Maar zo erg als in Rio heb ik het nog niet meegemaakt.
De onsympathieke man aan de balie noemt bij het uitchecken ineens
een veel hogere prijs dan afgesproken. Er zijn ineens tien procent
servicekosten bovenop de kamerprijs die al inclusief service was.
Ik discussieer. Hij doet wat van de prijs af. Aardig geprobeerd.
Op het platteland noemen ze (meestal in het laagseizoen) eerst een
prijs bij het inchecken en geven dan al meteen korting voordat je
iets gevraagd hebt.
Nadat we de tijd tot 12 uur vol hadden gemaakt
met een laatste wandeling door een veel te hete binnenstad, zeulen
we met onze bagage naar de auto. Er is nog tijd voor het vliegtuig
vertrekt. We nemen de afslag richting Urca.
Zitten aan de kade en kijken naar de vissers
en hun bootjes. De stad in de verte. De lange brug naar Niteroi
. De zon. Tegen twee uur richting vliegveld. Wat arme oudjes en
alcoholisten bij een kerk. In de favelas een middeleeuwse drukte.
Het vliegveld. Auto inleveren. Weer gezeik met betalen. Inchecken.
Kapotte computers en een overspannen stewardess. Lange rijen bij
de douane. Geen afscheid voor ons. De familie was de stad uit. Wachten.
Wisselgeld uitgeven in veel te dure winkels. De man achter me in
het vliegtuig die niet slaapt en alsmaar zucht, hoest en heen en
weer loopt. Angstaanjagende turbulenties. Het stampen van de romp
op luchtdruk-verschillen . Omvallende bekertjes. De twee slapende
zakenmannen voor me.
Eindelijk in de ochtend een uurtje slaap.
Wakker boven Bretagne . Wat is het Europese landschap vol vergeleken
bij de uitgestrekte massa van Brazilië! Hier overal aaneengesloten
puzzelstukjes bouwland, stadjes, steden, wegen, industrieterreinen.
Tot zover het oog reikt. Behalve de zwarte Pyreneeën. Dit is
Europa.
Aankomst Schiphol. De rit naar huis. Nederland
nog koud, maar al vervuld van lente. Thuis. Ik voel niets. Stapels
post openmaken. Onwetende slaap vol levensechte dromen. Vroeg in
de ochtend wakker met koppijn en een raar gevoel. Voor elk lichaamsdeel
een andere zwaartekracht. Richtingloos en toch vol plannen. |