De Sertão luistert niet
naar hun stem teleurstelling
hun scheve pad
hun oude schoenen
Ze lopen daar, praten altijd maar door
Die twee dagloners vechten
al tientallen jaren tegen elkaar,
niet tegen de woekeraars
Hun kreten klinken als dor suikerriet
in verlaten vlakte
Door niemand gehoord is hun klacht
De foto van Ché
zal altijd boos blijven
De dorpelingen om hen heen
dragen wel aanklachten
en een stevig touw
Maar die twee weten van niets
Hun ruzie
verenigt hen
|