Met aandacht voor samenhang
Home 
Publicaties Impressies Andere bronnen Actueel Contact
 
Andere bronnen
Gedrukte media
 
Alternatieve economie  
Milieu en Voedsel-
vraagstukken
 
Verslagen van Pequeno-partners  
Artikelen en boeken over Brazilië  
Braziliaanse Literatuur  
Filantropie  
   
Links  

Biologische landbouw kan de wereld veranderen

Frieda van Dreven

Biologische landbouw heeft voordelen voor mens, dier, natuur en milieu. Denk aan een eerlijke productprijs voor boeren, dierenwelzijn, een schone leefomgeving. Maar vergeleken met de intensieve landbouw zijn de opbrengsten van biologische landbouw in Europa gemiddeld 20 tot 30 procent lager. De wereldbevolking groeit en bovendien zijn nu al 840 miljoen mensen ondervoed. Kan de biologische landbouw de wereldbevolking voeden?

"Ja, dat kan", zegt Eric Goewie, hoogleraar maatschappelijke aspecten van de biologische landbouw bij Wageningen Universiteit. "Er zijn weliswaar geen grootschalige experimenten geweest, maar volgens theoretische berekeningen kan biologische landbouw de wereldbevolking voeden." Zélfs wanneer het huidige inwonderaantal van 5,8 miljard in 2080 een top zal bereiken van 11 miljard mensen. Honger wordt namelijk niet veroorzaakt omdat er te weinig voedsel wordt geproduceerd. Integendeel, er is nu al een overproductie van anderhalf maal de benodigde hoeveelheid. Er zijn ongeveer evenveel te zware mensen als ondervoede mensen. Nee, armoede, dat is de belangrijkste oorzaak van honger, concludeerde de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de VN. Mensen lijden honger omdat ze te arm zijn om voedsel te kopen. Ook politieke achtergronden, zoals oorlog en geweld, kunnen honger veroorzaken.

Opbrengstverschillen

Boeren die kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken en hun vee veel krachtvoer en zogenaamd 'groeibevorderaars' geven, krijgen een hoge opbrengst. Bij aardappelen is de opbrengst dan wel twee keer zo hoog, voor melk scheelt het maar een beetje. Goewie vindt echter dat de intensieve landbouw niet efficiënt werkt. "Deze landbouw produceert voor een anonieme markt. Er is vooral bulkproductie van gewassen waarmee je in de handel het meeste kunt verdienen, zoals soja, granen, koffie en cacao. Zowel grondstoffen als voedsel worden over de hele wereld gesleept. Zo'n productiewijze geeft grote verliezen. Er zijn landbouwoverschotten, er is bederf en producten worden niet doorgetransporteerd naar waar ze nodig zijn: mensen met honger." Het is volgens Goewie efficiënter te produceren "daar waar de monden zijn". Europa zou bijvoorbeeld kunnen voorzien in zijn eigen voedsel. Ook wanneer de landbouwproductie 20 procent zou dalen. Door biologische landbouw vermindert het productieoverschot van de EU, en de netto opbrengst zou dan overeenkomen met die van de gangbare landbouw met al zijn verliezen.

Uitgeputte grond

Goewie deed veel onderzoeksprojecten in ontwikkelingslanden. Hij zag dat ook daar biologische landbouw mogelijk was, als boeren hun eigen voedsel verbouwen en niet voor de wereldmarkt produceren. Zij konden hun oogsten zelfs vergróten door over te schakelen naar biologische landbouw.

Goewie: "Ik heb gewerkt in Ghana, Zuid Afrika en Ethiopië, waar boeren extreem arm zijn. Zo arm, dat zij de vruchtbaarheid van hun bodem niet meer in stand konden houden. Als je hen leert die uitgeputte grond weer te herstellen, met vlinderbloemigen die stikstof binden of met composteringstechnieken, wordt die grond toch weer geschikt voor landbouw. Want dat is de essentie van biologische landbouw: de kunst om de bodemvruchtbaarheid in stand te houden, mét behulp van de aanwezige natuurlijke hulpbronnen."

Politieke factoren

Goewie zag dat boeren soms van de beste gronden werden weggehaald. "In Ghana, maar vooral in Brazilië. Arme boeren verkochten daar hun land aan een grote onderneming. Die voegde duizenden hectares van akkertjes en natuurgebieden samen tot weidse graslanden voor vee. Daarvan werden dan hamburgers gemaakt voor Europa. " Ironisch genoeg soms zelfs biologische. Daarmee laat Goewie zien dat het hongervraagstuk niet puur landbouwkundig is, maar wordt beïnvloed door allerlei maatschappelijke en politieke factoren. Gelukkig wordt binnen de biologische sector van oudsher gelet op de regionaliteit, de de vermindering van voedselkilometers, en sociale aspecten. Het meest duurzaam is een biologisch streekproduct.

Vlees

Voor de vleesproductie worden enorme hoeveelheden voedsel aan dieren gevoerd, tot zelfs zo'n 40 procent van de wereldgraanoogst. Voor bijvoorbeeld de productie van één hamburger is evenveel graan nodig als voor het bakken van drie broden. Onderzoekers van de Universiteit Wageningen berekenden hoeveel mensen van een hectare landbouwgrond kunnen eten, rekening houdend met de verschillen in hun voedingsgewoonten.

Er kan genoeg worden geproduceerd om alle mensen dagelijks een stukje vlees te laten eten. Goewie denkt dat dat zelfs iets meer kan zijn dan de 50 gram per dag die WHO, de wereldgezondheidsorganisatie, aanraadt. Want voor echte vleesliefhebbers is die norm aan de lage kant. Vlees eten is meestal gekoppeld aan welvaart. "Als alle Chinezen welvarender worden en straks ook vlees willen gaan eten volgens het Amerikaans dieet, wordt het nog de vraag hoe we de schaarse stoffen gaan verdelen," zegt Goewie. "Met biologische landbouw kun je elf miljard mensen gezond en veilig voeden. Let op, ik zeg niet: overmatig en rijk. Daarnaast draag je dan bij aan een gezonde leefomgeving, aan de kwaliteit van oppervlaktewater, lucht en bodem en aan de bescherming van biodiversiteit."

Hoeveel mensen kunnen eten van één hectare landbouwgrond
  • Veganistisch dieet: 12 mensen per hectare.
  • Lacto-vegetarisch dieet: 8 mensen per hectare. Vleesconsumptie volgens de WHO-norm (50 g per dag): 6 mensen per hectare.
  • Amerikaans dieet (veel vlees): 3 mensen per hectare.

Website

www.biologica.nl