| De
landarbeiders aten van de grond, dronken water uit de rivier en
woonden in krotten zonder sanitaire voorzieningen. Dit volgens onze
getuigen, die verhinderd werden de fazenda (groot boerenbedrijf)
te verlaten voordat ze de schulden, die ze hadden gemaakt in de
winkel die onderdeel was van dezelfde fazenda, hadden afgelost.
Het
kamerlid Inocêncio Oliveira van de PFL van de deelstaat Pernambuco
(de geboortestreek van Joaquim Nabuco ( 1849-1910) die zo vurig
gepleit heeft voor de afschaffing van de slavernij), werd deze week
formeel beschuldigd van het feit dat er 58 slavenarbeiders werken
op één van zijn fazendas, "a Caraíbas", gelegen
in het binnenland van de deelstaat Maranhão. Afgelopen maart
sprak een reportage in de krant "Folha de São Paulo" er al
over dat een groep arbeiders van genoemde boerderij klaagde over
de slechte arbeidsomstandigheden en over uitbuiting. Toentertijd
, zo verklaarde het kamerlid, was hij niet op de hoogte van deze
zaak, omdat hij een opzichter de verantwoordelijkheid had gegeven
om de boerderij te beheren en de arbeiders aan te nemen. In dezelfde
periode hielp de toenmalige minister van werkgelegenheid, Francisco
Dornelles, de situatie te verzachten door een officieel bericht
te verspreiden, waarin hij bevestigde dat de controledienst van
het Ministerie van Werkgelegenheid geen enkel spoor heeft gevonden,
dat zou kunnen wijzen op slavernij op de boerderij van Inocêncio.
Maar hij heeft verzekerd dat hij de onderzoeken zal voortzetten.
Vorige week kreeg "Veja" inzage in het eindrapport van het onderzoek,
waarin geen enkele twijfel bleef bestaan. De fazenda van Inocêncio
huisvestte 58 arbeiders in de eerste drie maanden van 2002 in een
situatie die vergelijkbaar is met slavernij.
"Het
rapport bevestigt dat de werknemers op desbetreffend bedrijf zich
in gelijke omstandigheden bevonden als de slaven van vroeger", bevestigt
Guilherme Mastrich Basso, procureur generaal van het Arbeidsrecht.
Er was onder de arbeiders ook een minderjarige van 15 jaar oud.
Het rapport, dat bestaat uit 232 pagina's, 83 foto's en 11 getuigenissen,
toont aan dat de landeigenaar Inocêncio Oliveira niet zorgde
voor drinkwater voor zijn werknemers, dat er geen sanitaire voorzieningen
waren, dat de verblijfplaatsen van de arbeiders collectief waren
en dat niemand van hen het basisrecht genoot om te komen en te gaan.
De klassieke defenitie van slavenarbeid is precies de beperking
van het recht van bewegingsvrijheid.Dit kan zijn door middel van
gewelddadige dwang, moreel of fysiek, in de aanwezigheid van gewapende
lijfwachten, die de arbeiders verbieden zich te verplaatsen. Het
onderzoek van het ministerie van Werkgelegenheid heeft geen wapens
gevonden op het landgoed van het kamerlid, maar ontdekte dat de
arbeiders werden gedwongen te blijven. Op deze gronden neemt het
Openbaar Ministerie deze week juridische stappen tegen Inocêncio
Oliveira.
Een
van de meest heldere getuigenissen, die door het onderzoeksteam
is geregistreerd, is die van de 22 jarige Vicente de Pinho Borges.
Hij vertelt dat hij geronseld werd in zijn geboortestad União
in de deelstaat Piauí door een werknemer van de fazenda,
die "Magre Velho" ("Het magere oudje") werd genoemd. Het
voorstel leek hem onweerstaanbaar. Magro Velho bood 100 reais voorschot,
eten in overvloed en 15 reais per dag voor een tien-urige werkdag.
Vicente Borges liet de 100 reais bij zijn familie in União
achter en werd, samen met 15 andere arbeiders, in een pick-up naar
fazenda Caraíbas in de deelstaat Maranhão gebracht.
Daar aangekomen werd hij ondergebracht in een krot met een vloer
van aarde, zonder licht en toilet. Langzaam begon het tot hem door
te dringen dat hij bedrogen was. Bovendien moest hij het voorschot
van 100 reais terugbetalen en werd de prijs van de gebruikte laarzen
en gereedschap dat gebruikt werd tijdens het werk op het land, van
het loon afgetrokken. De kosten van het transport naar het landgoed
werden ook in mindering gebracht, evenals het eten. De inkopen moesten
gedaan worden in de eigen winkel op de fazenda, de enige in een
omtrek van 15 kilometer. Alles werd in een schrift genoteerd om
te voorkomen dat een arbeider zijn schulden niet zou betalen.
Het
eten was heel wat anders dan de overvloed die was beloofd. De maaltijden
werden staand of zittend op de grond gebruikt. Als lunch en avondeten
kregen de arbeiders een kom rijst met bonen en voor het ontbijt
zwarte koffie met een beetje meel. Vicente Borges begreep dat hij
was opgelicht en samen met enkele andere arbeiders kondigden ze
bij de opzichter aan dat zij terug wilden naar Piauí. Hierop
werd geantwoord dat ze pas wegmochten als ze hun schulden hadden
afgelost. Op deze manier was dat onmogelijk en dus waren ze verplicht
te blijven. Pas toen bijna twee maanden later hun werk was geklaard,
kregen ze toestemming om te vertrekken zonder enige cent op zak.
Om vanaf de fazenda naar het dichstbijzijnde stadje te komen, moesten
ze 15 kilometer lopen en vanaf daar konden ze liften naar Piauí.
Samen met andere getuigenissen, zoals die van Vicente Borges, vond
het onderzoeksteam de opschrijfboekjes met de aantekeningen van
de aankopen van de arbeiders. Iedere werknemer had een eigen pagina
waarop het gedane werk registreerd was, evenals de meegenomen artikelen
uit de winkel. Het grootste deel van de inkopen bestond uit zakken
rijst en pakjes sigaretten.
Volgens
het rapport van het Ministerie van Werkgelegenheid overtrad Inocêncio
op de fazenda elf artikelen uit het Arbeidsrecht. Alleen al voor
het illegaal in dienst nemen van de arbeiders moet het kamerlid
een boete van 35.000 reais betalen. Op dit moment zal hij zich bij
justitie moeten verantwoorden. Dit kan tot gevolg hebben dat dat
hij voor elke werknemer 100 minimum salarissen zal moeten betalen
tot een totaal van 20.000 reais. Bovendien zal het Federale Openbaar
Ministerie een aanklacht indienen tegen het kamerlid voor het begaan
van drie misdrijven: het aannemen van een minderjarige voor onregelmatig
werk, het lokken van personeel op onjuiste gronden en het onderwerpen
van mensen aan condities die gelijk zijn aan die van slavernij.
De totale straffen op de drie genoemde misdrijven variëren
van twee jaar en drie maanden tot dertien jaar gevangenisstraf.
"Deze zaak is al afgesloten",
aldus het kamerlid Inocêncio Oliveira. "Wat gebeurd is, was
het via ronselaars in dienst nemen van de arbeiders. Dat komt veel
voor in deze regio. Naar aanleiding van onderzoek heb ik al het
personeel bij elkaar geroepen en heb ik hen alles terugbetaald.
Ik heb zo genoeg van dit verhaal, dat ik het landgoed heb verkocht.
Ik kan het oprakelen van deze zaak alleen maar verklaren als een
politiek opzetje. Het is toch voldoende dat ik Ciro Gomes heb geholpen
om deze zaak weer naar boven te halen? De beschuldiging is puur
een vooroordeel. Dit gebeurt alleen maar omdat ik een donkere huidskleur
heb, uit het noordoosten kom en in een arm gezin geboren ben."
|