Allerlei gangbare vragen en ideeën die over goede doelen bestaan, worden onder de loep genomen.
Mythe 1: werken voor een goed doel moet zoveel mogelijk vrijwillig
Commentaar:
Het opzetten of steunen van projecten, zeker als het gaat om projecten in ontwikkelingslanden, vereist een professionele aanpak. Om een duurzaam resultaat te bereiken is veel tijd en aandacht nodig om het project ter plaatse nauwkeurig te volgen en zonodig bij te sturen. Vrijwilligers, die wervingsacties op touw zetten, besteden veel tijd aan het inzamelen van geld. Vaak is er naar verhouding te weinig tijd over voor de controle op bestedingen.
Mythe 2: elke euro moet aan de doelgroep besteed worden
Commentaar:
Het gevende publiek wil dat zijn gift volledig besteed wordt aan het betreffende doel. De publieke opinie is erg gespitst op de hoogte van overheadkosten, fondsenwervingskosten en salarissen. Natuurlijk is het belangrijk dat daarover onderlinge afspraken worden gemaakt, die dan ook onafhankelijk worden gecontroleerd. Maar jammer genoeg realiseert de gever zich te weinig dat de reeële kosten, die nodig zijn om projecten professioneel te monitoren, de doeltreffendheid van de beoogde doelstelling sterk vergroten. De wens om elke euro aan bijv. het arme kind of de hongerende vrouw te besteden is niet realistisch. Onder druk van de publieke opinie doen veel wervende organisaties beloftes, die ze in de praktijk niet waar kunnen maken.
Mythe 3: wij zijn te rijk en daarom is het onze plicht te geven
Commentaar:
De emotionele impuls die velen krijgen om tot actie over te gaan als er een ramp gebeurt of als de media bol staan van ellende, is natuurlijk zeer oprecht. Jammer genoeg blijkt het niet voldoende om de wereld blijvend en structureel rechtvaardiger te maken. Regelmatig geven van geld of energie aan een goed doel, brengt vaak nog geen oplossing aan de oorzaken van de wereldproblemen. Het is zeker zo belangrijk om daarnaast structureel bij te dragen aan rechtvaardiger en milieuvriendelijker productieprocessen door als consument bewuste keuzes te maken. Het signaal dat daarmee wordt uitgezonden draagt bij aan een gezamenlijke verantwoordelijkheid, waardoor kleine producenten in alle delen van de wereld de gelegenheid krijgen om een zelfstandig bestaan op te bouwen. De afhankelijkheid die met donaties wordt geschapen, wordt aanzienlijk verminderd als we geven of lenen aan doelen die mensen een inkomen verschaffen.
Mythe 4: de donateur mag zich niet bemoeien met de besteding van zijn gift
Commentaar:
Er is een tendens om na het doen van een gift daarover niet meer te vragen wat de ontvanger ermee heeft gedaan. Dat zit in onze cultuur. Daardoor is er in het verleden te lang een sfeer ontstaan waarin het als een motie van wantrouwen werd gezien als er aan goede doelen organisaties een gedegen verantwoording werd gevraagd. Dit komt helaas nog steeds voor. Gelukkig is er een kentering binnen de goededoelensector op gang gekomen, die hierin verandering zou moeten brengen. Maar het zal nog lang duren voordat zowel de wereld van de goede doelen als de publieke opinie ervan overtuigd zijn geraakt dat ook administratieve professionalisering onomkeerbaar is. Daarbij is het van groot belang dat institutionele donateurs zonder tussenkomst van de ontvangende organisatie contact hebben met elkaar en met de doelgroep. Daarmee kan bijv. voorkomen worden dat meerdere donateurs geld geven aan eenzelfde project.
|