Javascript moet aan staan om deze pagina te kunnen gebruiken.
 
Met aandacht voor samenhang
Home 
Publicaties Impressies Andere bronnen Actueel Contact
 
Publicaties
 
Hoezo goede doelen?
Projectanalyses
Problemen van nu
Wat kun je doen?
Relevante thema's

Onafhankelijk toezicht op bestedingen goede doelen discutabel

Irene Mol en Stasio Komar

 

Nederlanders geven veel aan goede doelen en moeten erop kunnen vertrouwen dat het geld goed terechtkomt. Het CBF doet zijn best om een aantal zaken te toetsen. Maar de claim van het CBF dat het onafhankelijk opereert en dat bij goede doelen met een CBF-keurmerk de bestedingen worden gecontroleerd, is uiterst aanvechtbaar. Het is onmogelijk om alle projecten van goede doelen door te lichten. Hoog tijd om openheid van zaken te geven. Het ministerie van Economische Zaken zou er goed aan doen een onafhankelijke denktank in het leven te roepen die concrete stappen uitwerkt zodat er zorgvuldiger kan worden omgegaan met het  kwetsbare vertrouwen van donateurs.

Booming Business

De goede doelensector speelt een prominente rol in onze samenleving. Een groeiend aantal fondsenwervers verdringt zich op de markt. En Nederland geeft, bedrijven sponsoren, nieuwe rijken beginnen een eigen goed doel en nalatenschappen voor het goede doel nemen gestaag toe. Er is een groot verlangen om goed te doen. Maar tegelijkertijd is er ongeloof en wantrouwen. De manier waarop er voortdurend een beroep op ons medeleven wordt gedaan roept herhaaldelijk irritatie op. Steeds weer duiken er geluiden op dat het toch allemaal niet deugt met die goede doelen. Er heerst twijfel of al dat geld wel op de goede plaats terechtkomt. Maar de kritiek op goede doelen is vaak ongenuanceerd. Goede doelen kunnen niet van de lucht leven. Het te pas en te onpas gehanteerde begrip strijkstok is, zeker binnen de Nederlandse context, in de meeste gevallen totaal misplaatst. Een strijkstok suggereert dat er geld op oneigenlijke gronden verdwijnt of in de eigen zak wordt gestoken. Ik zal niet zeggen dat dat niet voorkomt, maar om alle goede doelen daarvoor verantwoordelijk te stellen, gaat veel te ver. Het publiek moet beseffen dat het absoluut niet eenvoudig is om structureel resultaat te boeken als je als doelstelling hebt om de armoede terug te dringen, het aantal gevallen van kanker te reduceren of klimaatverandering tegen te gaan. Bovendien is het niet eenvoudig iets van de grond te krijgen in landen, waar sprake is van corruptie, machtsmisbruik en gesjoemel met informatie. De professionele wijze waarmee veel goede doelen zich inzetten om hun doelstelling te realiseren, verdient steun. Tot zover mogen we in Nederland trots zijn op onze maatschappelijke betrokkenheid en de rol die goede doelen daarin spelen.
Helaas is de goede doelensector er nog niet in geslaagd om helder over te brengen dat ethisch en verantwoord managen van een goed doel een serieus vak is, waaraan dezelfde eisen worden gesteld als aan elk ander vak. Ook goede doelen hebben een goed functionerende infrastructuur nodig, waar professionele mensen werken. Bovendien informeren goede doelen hun achterban te weinig over mislukkingen. Men is bang dat de donateur dan afhaakt. Maar of dat werkelijk zo is, is nog maar de vraag. Als bekend wordt dat negatieve informatie is achtergehouden heeft dit een veel grotere schade tot gevolg.

Schijnzekerheid

Het CBF benadrukt in zijn doelstelling dat het toezicht houdt in het belang van het publiek èn in het belang van de fondsenwervers. Dit is uiterst tegenstrijdig. De Consumentenbond behartigt toch ook niet de belangen van het bedrijfsleven. Bovendien is er sprake van belangenverstrengeling tussen het CBF en Vereniging van Fondsenwervende Instellingen (VFI), waarvan veel grote goede doelen lid zijn. Het CBF is immers voor een aanzienlijk deel van het eigen bestaan afhankelijk van inkomsten die afkomstig zijn van de keurmerkhouders. Bovendien heeft de VFI zitting in het CBF. Daardoor heeft de VFI veel invloed op het beleid en met name op de invulling van de toetsingscriteria, waarop het CBF-keurmerk wordt verstrekt.
Het feit dat hét toezichthoudend orgaan het woord “Fondsenwerving” in zijn naam heeft staan, is tekenend voor de richting waarin het huidige CBF opereert. Het CBF houdt zich teveel bezig met het “promoten” van wervende goede doelen. Dit is geen taak van het CBF maar van de fondsenwervende instellingen zelf. Het CBF moet zich puur concentreren op de toezichthoudende taak. Zolang het CBF en de keurmerkhouder niet strict gescheiden opereren, heeft de donateur geen zekerheid over de mate van objectiviteit van het toezicht.
Het CBF baseert zijn toezicht op een zeer omslachtige regelgeving. Maar een beetje studie naar de werkelijke waarde van het CBF-Keur wijst uit dat het CBF in eerste instantie zijn controle baseert op informatie die door de keurmerkhouder zelf wordt verstrekt. Het CBF verklaart dat bij ernstige calamiteiten wel dieper wordt onderzocht. Maar de vraag is of het CBF überhaupt op de hoogte is wanneer er sprake is van misstanden.
Wat de fysieke controle op bestedingen betreft zijn er nauwelijks garanties. Het CBF controleert namelijk alleen in de boeken van de keurmerkhouders of het geld is overgeschreven van de rekening van de keurmerkhouder naar die van de ontvanger. Het CBF gaat doorgaans niet naar de projecten toe om op locatie te checken of het geld bij de ontvanger werkelijk is uitgegeven aan het doel waarvoor het is geworven. Ook de vraag wat de impact is van donaties, zal het CBF niet uit eigen observatie kunnen beantwoorden. Veel Nederlanders verkeren daarentegen in de veronderstelling dat het CBF bij de projecten zelf controles uitoefent.

Monopolie

Het CBF en de keurmerkhouders voeren al lange tijd campagne om de donateur ervan te overtuigen dat goede doelen met het CBF-keurmerk erkend en steunwaardig zijn. Dit wekt de suggestie dat goede doelen zonder keurmerk minder betrouwbaar zouden zijn. Het CBF jaagt hiermee de concurrentie tussen goede doelen aan.
Uit onderzoek is gebleken dat het Nederlandse publiek niet goed weet wat het CBF-keurmerk werkelijk inhoudt.
Maar de bekendheid van het CBF keurmerk groeit en verschaft deze instantie en de aangesloten keurmerkhouders in feite een monopoliepositie. Want wil je als goed doel in aanmerking komen om te mogen collecteren, zendtijd te krijgen op Socutera, loterijgelden te ontvangen, tegen kortingstarief te kunnen adverteren in de media etc., dan moet je in het bezit zijn van het CBF keurmerk.
Het is zorgelijk dat het Nederlandse publiek en de overheid in groeiende mate hun steun aan goede doelen baseren op de goedkeuring van het CBF.

Bieden databases een oplossing?

DeNationaleGoedeDoelen Test en de Geefwijzer zijn bekende databases waarbij het publiek het idee zou kunnen krijgen dat de ingeschreven goede doelen aan degelijke controles worden onderworpen. Maar er zit wel een addertje onder het gras. De vraag is immers of dergelijke databases de informatie, die door ingeschreven organisaties zelf wordt verstrekt, ook verifieren op juistheid. Op de website van de NationaleGoedeDoelen Test staan uitspraken als “doe de test en je weet zeker dat jouw donatie aan een passend goed doel wordt besteed” en “Zo garandeert de NationaleGoedeDoelen Test dat jouw donatie voor 100% ten goede komt aan het goede doel”. Dit wekt de suggestie dat de NationaleGoedeDoelen Test bestedingen ook in het veld controleert. De Geefwijzer biedt de mogelijkheid om een mening over een goed doel te geven. Deze meningen zijn zeer subjectief, maar geven de bezoeker cq. donateur de indruk dat ze zijn gecheckt. In mijn ogen bieden beide databases geen garantie dat donaties aan aangesloten goede doelen ook werkelijk bij de projecten terechtkomen.

goedkeuring van het CBF.

Maar wat dan?

Het vertrouwen in goede doelen is een algemeen maatschappelijk belang. Daarom ligt hier naar mijn mening toch een belangrijke taak voor de overheid. Ook de overheid wil immers dat de burger veel geeft aan non-profits. Onderzoeksbureau Intraval heeft de aanbeveling gedaan dat de onafhankelijkheid van de toezichthouder kan worden versterkt door die toezichthouder subsidie te verlenen voor de uitoefening van zijn taken. Minister Hirsch Ballin heeft dit advies naast zich neergelegd en heeft blijkbaar geen reden gezien deze suggestie door te schuiven naar het ministerie van Economische Zaken.
Ook de Raad van Accreditatie heeft hier een grote verantwoordelijkheid. De Raad zou er goed aan doen om het CBF door te lichten op diens mate van afhankelijkheid en de kwaliteit van de controles.
Er zou een werkgroep moeten komen die zich beraadt op verbetering. Ik ben absoluut geen voorstander van meer regels. Het is eerder zaak alleen regels te ontwikkelen voor die gebieden die ook werkelijk controleerbaar zijn. En de mate waarin toezicht al dan niet haalbaar is, moet expliciet gecommuniceerd worden. Het huidige CBF zou eventueel omgevormd kunnen worden tot een nieuwe instantie die losgekoppeld is van de fondsenwervers. Deze instantie zou relevante voorlichting moeten verschaffen om de wensen van de donateur beter te doen aansluiten op de realiteit en de haalbaarheid van goede doelen. Tevens zou zij een ombudsmanfunctie moeten vervullen. In geval van serieuze klachten zouden er mogelijkheden moeten zijn om dieper onderzoek uit te voeren.
Het is hoog tijd dat het publieksvertrouwen wordt gebaseerd op minder kwetsbare fundamenten. Dan kunnen goede doelen en donateurs weer met een gerust hart “goed” doen.

Klik hier voor feiten over toezicht op goede doelen.

Deze tekst is op verzoek van de redactie opinie van NRC-handelsblad geschreven en gepubliceerd in aangepaste vorm in het NRC van 3 mei 2008.

Lees hier het artikel in het NRC van 3 mei 2008

Beluister hier het interview met Irene Mol op de NRC-podcast

Bekijk hier de reacties op het disccussieforum van het NRC

 


Reactieformulier

Wil je op dit artikel reageren? Vul dan het formulier in.

Naam:

Emailadres:
  Toon mijn emailadres bij dit bericht.
Bericht:


   

Reacties

Pequeno is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de reacties en behoudt zich het recht voor om reacties te verwijderen.


Auteur: JACK Gepost: 29-12-2008 14:16:19

Voor kleine hulpverleningsorganisaties is CBF véél te duur. Verder vind ik dat de grote organisaties die wèl het keurmerk hebben zich eens moeten beraden over de kosten van directies, medewerkers, bedelbrieven, sterspotjes enz. Wij, een hele kleine organisatie die het hele jaar bezig zijn om belangeloos te proberen het gemotoriseerde vervoer binnen de gezondheidszorg in Gambia op een hoger level te krijgen, door hoofdzakelijk materialen en onderdelen te sturen die daar nodig zijn. Hebben niet de mogelijkheid om zo als hen te werken. Hoeveel van hun inkomsten gaan op aan voornoemde zaken??? Ik zelf ga op vakantie naar Gambia op eigen kosten. Kijk daar wat nodig is en probeer met de andere vrijwilligers hier deze zaken bij elkaar te sprokkelen en op te sturen.
Onze kosten???, wat reiskosten naar beurzen en sponsoren, overnachtingskosten, en postzegels en kosten voor flyers ed.
Wat een verschil!!!!


Auteur anoniem Gepost: 15-12-2008 10:28:00


Auteur: Bart Hermens Gepost: 25-11-2008 08:55:18

Toch is het met de beste bedoelingen dat mensen willen helpen. Maar het is wel zo dat ook mislukkingen gewoon bekend gemaakt moeten worden.


Auteur: Irene Mol Gepost: 25-11-2008 08:52:34

Heel belangrijk dat zo'n verhaal nu eens tot in detail wordt verteld. Dit laat zien dat goed willen doen alleen niet voldoende is.



naar boven