Met aandacht voor samenhang
Home 
Publicaties Impressies Andere bronnen Actueel Contact
 
Publicaties
 
Hoezo goede doelen?
Projectanalyses
Problemen van nu
Wat kun je doen?
Relevante thema's

Het leven van een jonge drugsdealer

Stasio Komar

Aantekeningen naar aanleiding van de journalistieke roman "Abusado" van de Braziliaanse auteur Caco Barcelos*. Hierin wordt beschreven hoe een Braziliaanse jongen gefascineerd raakt door de misdaad en hoe hij daardoor held en tenslotte slachtoffer wordt van zijn dubieuze idealen.

Juliano, de sympathieke maffiabaas

"Abusado" ("misbruikt"), geschreven in de stijl van een reportage, heeft als sub-titel "O Dono do Morro Dona Marta". Dit wil zoveel zeggen als "De Baas van de krottenwijk Dona Marta". Het omvat het waar gebeurde levensverhaal van Juliano (schuilnaam voor Marcinho) en van de favela (wijk) waarin hij woont en "werkt". Juliano was als kind al gefascineerd door de misdaad. Samen met een aantal leeftijdgenootjes komt hij al vroeg in het criminele circuit terecht. Eerst met kleine klusjes zoals het brengen van pakjes met drugs in opdracht van de godfather van de wijk. Later gaat hij ook zelf drugs verkopen. In tegenstelling tot zijn vriendjes, ontwikkelt Juliano zich na veel ups en downs zelfs tot de maffiabaas van zijn eigen woonwijk. De bende waarvan hij de leider wordt, geniet de steun van veel bewoners van Dona Marta. Ook bendes uit andere wijken respecteren en steunen hem. Maar het is vooral het "Comando Vermelho" (Het "Rode Commando"), Brazilië's grootste nationale misdaadorganisatie, die hem voor een aantal jaren als beheerder van de verkooppunten in de wijk Dona Marta aanvaardt. Het Comando Vermelho wil namelijk de markt in handen hebben van het hele zuidelijke deel van Rio de Janeiro. Daar is immers veel geld te verdienen, omdat het het rijkste deel van de stad is. Welgestelde cariocas, zoals de inwoners van Rio worden genoemd, gebruiken, net als de klanten uit de favela, graag regelmatig een snuifje coke.

Favela "Dona Marta", het menselijk schild

Wat deze roman bijzonder boeiend maakt zijn de beschrijvingen van het dagelijks leven in de sloppenwijk Dona Marta, waar een mengeling van misdaad en het dagelijkse leven van de burgers een enorme spanning oproept. De schrijver volgt op indringende wijze alle fases van de ontwikkeling van Juliano zelf, maar ook van alle personages die deel uitmaken van zijn carrière in de criminaliteit. De veelal jonge tot zeer jonge bendeleden worden passief of actief gesteund of begeleid door hun familie, vrienden, priesters, eigenaren van barretjes en zelfs door politiemensen die door hen betaald worden voor bescherming.
Op enkele intieme momenten in het boek wordt Juliano als heel menselijk en sympathiek beschreven. De grote jongen met de wapens in zijn broekriem is ook kind geweest, heeft ook vriendinnetjes en rookt ook jointjes met zijn vrienden. Daarnaast komt de stadsguerilla, als één van de sluwe methoden van op winst en absolute macht beluste, meedogenloze drugsbaronnen, uitgebreid aan de orde. Juliano en zijn bedrijfsvoerders laten zich daarvoor gebruiken. Het zijn vooral de hunkering naar het grote geld, met het aanzien en de pleziertjes die Juliano ertoe aanzetten om steeds verder te stijgen in de hiërarchie van de georganiseerde misdaad. De bijfiguren in zijn leven, zijn jeugdvriendjes, zijn familie, zijn liefjes, zijn beschermers, groeien met hem mee. En op een gegeven moment is er geen weg terug. Juliano en zijn collega-drugsbaasjes terroriseren de hele sloppenwijk en een deel van Rio de Janeiro. Ze zorgen er mede voor dat in de wijk voortdurend geweld heerst en dat deze in een ware hel verandert. Iedereen die de wijk binnenkomt, inclusief de politie, hulpverleners, de pers, en andere potentiële vijanden, wordt scherp in de gaten gehouden. Om het minste vergrijp tegen de ongeschreven wetten van de favela worden mensen bedreigd, geslagen of gewoon vermoord. Zelfs hun vrienden, hun familie en hun buren verkeren onafgebroken in levensgevaar. Wat als een spannend jongensavontuur begonnen is, eindigt als een onafgebroken vlucht en een uitzichtloze nederlaag. Juliano en zijn vriendjes zijn terechtgekomen in de draaikolk van een totaal gespleten bestaan. De favela is een staat in de staat, waar geen inmenging van buiten wordt geduld. De bende staat hoog op de lijst van meest gezochten. Maar ook buiten de favela zijn Juliano en zijn onderdanen altijd in gevaar. Zodra ze de favela verlaten, maar ook in de favela zelf, moeten ze op hun hoede zijn. Ze worden zowel gezocht door vijandige drugsbendes als door politiemensen die zich door hen bedreigd of bedrogen voelen. Mede doordat de politie in Brazilië onderbetaald wordt, staat zij alom bekend als corrupt. Toch zijn er gelukkig ook veel integere politiemensen, die trachten de wet zo goed mogelijk uit te voeren. Dat de wet in Brazilië niet voor iedereen gelijk is, is al lang duidelijk. Maar de kleine en grote criminelen schrikken er niet voor terug om diezelfde wet naar hun hand te zetten en het recht van de sterkste af te kopen. Ze doen namelijk van harte mee aan de corruptie en het machtsvertoon, die van dit land juist zo'n ongelijke maatschappij hebben gemaakt.

Niemand is verantwoordelijk?

De titel van het boek zou kunnen suggereren, dat er misbruik heeft plaatsgevonden in het leven van de hoofdrolspelers. Het lijkt er soms op dat de schrijver een excuus probeert te vinden voor de vele overvallen, ontvoeringen, oorlogen, bedreigingen, drugshandel en het gebruiken van kinderen voor allerlei vormen van geweld, waarmee Juliano en zijn maten zich bijna constant bezighouden.
Maar de verklaring, dat Juliano door zijn afkomst geen enkele andere keuze zou hebben dan een dergelijk gewelddadig bestaan, is onacceptabel. Het is een passende redenering achteraf. In werkelijkheid wil hij gewoon gemakkelijk geld verdienen, plezier maken en.... macht verwerven, zowel over zijn vijanden, als over zijn wijk. De grote boeman en het grote obstakel is de wet, het gezag, vertegenwoordigd door de politie. Deze wordt door Juliano en zijn vriendjes consequent als misdadig aangeduid. Daarentegen vinden zij zichzelf de helden, die uit slachtofferschap winkeltjes, banken, hotels en medeburgers overvallen en drugs verhandelen. Bij invallen van de politie en vooral bij arrestaties of afrekeningen protesteert de bevolking heftig zolang het een van hun mensen betreft.
Maar wie is nu eigenlijk verantwoordelijk? De overheid, als vertegenwoordigers van de burgers die in de betere wijken wonen waar diezelfde "opstandelingen" naar hartelust overvallen plegen? Of zijn het de boeven en hun hiërarchieën van sub-boefjes? Of ligt de verantwoordelijkheid bij de bevolking die weinig kan uitrichten tegen zoveel geweld? En wat is hier de rol van de organisaties die hulp bieden, maar die evenmin echt iets kunnen uitrichten tegen de groeiende handel, het waanzinnige geweld? Sommige van deze verenigingen, zoals de bewonersvereniging van Santa Marta, worden op een gegeven moment gewoon bezit van de maffia. Ze doen niets wat de baas van de favela niet bevalt. En die baas is, na een lange strijd, Juliano geworden. Hij heeft zijn vijanden verdreven en ieder die die vijanden steunde heeft de favela moeten verlaten, van grootmoeders tot babys, van hardwerkende huisvaders tot tieners die geweren dragen.

Wreedheid als verzetsdaad

De meest onvoorstelbare wreedheden worden beschreven. Meerdere malen zijn we getuige van martelingen die op een walgelijke manier door jongeren worden begaan. Het is een wereld die zichzelf in stand houdt via een bedenkelijke solidariteit. Tegelijk verzucht Juliano aan het einde van zijn loopbaan plotseling in interviews dat hij een betere wereld voorstaat. Met aan zijn handen nog het bloed van onschuldige slachtoffers en vijanden schrijft hij lange verklaringen over zijn idealisme. Hij heeft ineens het beste voor met deze onrechtvaardige wereld. Terwijl hij op de vlucht is voor de politie en zijn rivalen, beweert hij dat hij eigenlijk een bevrijder is. Hij wil aan de hypocriete slogan van het Comando Vermelho, "Paz, Justiça e Liberdade" ("Vrede, Recht en Vrijheid") nu eens een echte betekenis geven. Juliano's verzet tegen onrecht en zijn "opstand" tegen het gezag en tegen de burgerij van de vlakbij gelegen betere wijken krijgen een merkwaardige wending. De grens tussen slachtoffer en dader vervaagt. Het is een opstand zonder principes, zonder politieke, religieuze of sociale visie. Het is het verzet van de jongen die zich vergaapt aan grote auto's en de mitrailleurs van nog grotere drugsjongens die als sterren worden vereerd. Het is de anarchie van de puber die met het geld van zijn eerste dealtje of van zijn eerste overval naar het strand gaat, meiden versiert, cocaïne scoort, de nieuwste stereo-apparatuur koopt. Hij wil niet het zwoegende bestaan van de oudere generaties kopiëren. Hij heeft een hekel aan het degelijke en saaie leventje van zijn lotgenoten die wel een eerlijk en vooral stabiel bestaan proberen op te bouwen. Mede door Juliano's strijd tegen een van de vijandige bazen van de favela wordt zelfs zijn eigen vader uit de sloppenwijk verbannen. De vader vervloekt zijn zoon. En Juliano doet geen moeite om zijn vader terug te halen. Ook niet nadat hij de macht in de favela heeft overgenomen.

De macht van de misdaad

De versterking van de grote misdaadkartels in Brazilië, die geleid worden als grote bedrijven, is het neven-effect van deze carrière. Het feit dat er corrupte politiemannen en gevangenisbewakers zijn, wiens autoriteit maar al te graag wordt gebruikt als het de hoofdrolspelers zo uitkomt, maakt het geschetste beeld van de structurele ondermijning van de hele Braziliaanse samenleving compleet. Een oplossing voor deze problematiek is vooralsnog niet in zicht. Integendeel. Jongere generaties zijn gefascineerd door hun helden. Ze worden gezien als hun grote voorbeeld. En de buitenlandse toeristen, journalisten en toekomstige ondersteuners van goede doelen willen ook graag eens zo'n favela bezoeken om de echte ellende te zien. Natuurlijk slaat de angst toe als ze op Copacabana worden overvallen door desperados uit diezelfde wijken. Maar zolang het bij het stelen van een camera of een portemonnee blijft, levert zo'n ervaring nog een sensationeel verhaal op voor thuis. En door een bijdrage te leveren aan de gigantische hoeveelheid sociale projectjes in de favelas, koesteren zij de illusie de geweldspiraal te kunnen keren.
Deze uit de hand gelopen en uitzichtloze golf van agressie speelt zich niet alleen in Brazilië af, maar ook in vele andere landen in de derde wereld. De koppeling tussen de deelname aan de misdaad van dergelijke jeugdbendes en het verschijnsel straatkinderen, die ook veelal als slachtoffer en minder als dader worden gezien, ligt voor de hand. Maar deze "sympathieke" bendes vormen wel de belangrijkste basis voor de machtigste mondiale kartels die zelfs al deel uitmaken van allerlei witwas-economieën. In sommige landen hebben ze zelfs de macht om regeringen te doen vallen of in het zadel te helpen. De menselijke en materiële schade die internationale handel in (en het gebruik van) drugs al hebben aangericht is niet meer te meten. Maar de oorzaak voor deze nood wordt niet weggenomen door nog meer machtsvertoon van regeringen en economische machten die zelf allerlei overeenkomsten en wetten aan hun laars lappen, omdat ze vinden dat zij het recht hebben om baas over de wereldfavela te spelen. Terreur is niet alleen meer afkomstig van outlaws, maar ook van sommige gezagsdragers. Zolang er niet rigoureus iets verandert in de opbouw van grote steden en de alsmaar stijgende groei van favelas waar wetteloosheid een kwaliteit is, zolang zal misdaad een beroep en een mythe zijn. Juliano is een ster geworden in Rio, een ster die gezocht wordt door justitie. En daarom wordt hij des temeer bewonderd. Daarin is een gevaarlijke maatschappelijke mentaliteit te ontwaren, die misdaad en destabilisatie verwart met bevrijding. Juliano zegt in het interview zelf dat hij geen Robin Hood is en dat hij tegen drugs is. Maar de feitelijke gespletenheid tussen het verlangen naar een schone vredige wereld en het mede veroorzaken van een chaotische paranoïde wereld is typerend. Net als de mooie leuzen van Juliano, camoufleren beloften van invloedrijke burgers overal ter wereld te vaak heel andere bedoelingen. Er zijn geheime belangen tot in de hoogste niveaus van de macht die mede verantwoordelijk zijn voor allerlei vormen van schade en ellende. Zij zijn gekozen door ons. Wij kopen hun producten. Wij lezen hun tijdschriften, kijken naar hun t.v. programma's, luisteren naar hun publiciteit. Juliano, die gretig gebruik maakt van het netwerk van een van die kartels, beseft niet eens dat hij zelf maar een radertje in deze grote en anonieme regie is, die hij achteraf zegt te bestrijden.

Menselijke contrasten

Het belang van dit schokkende boek is dat we hier een stukje van het uurwerk te zien krijgen, waarvan Juliano en wij allemaal deel uitmaken en waarvan we dikwijls onbewust de fundamenten versterken. Dat misdaad en bedrog steeds meer deel uitmaken van wettige maatschappelijke en economische structuren is des te ernstiger.
De sympathie die de lezer in de loop van zijn reis door dit stukje Rio misschien toch nog voor sommige hoofdpersonen kan opbrengen, geeft aan dat de grens tussen de goede of de verkeerde kant van de wet kan vervagen door de subtiele vermenging van het menselijke en het onmenselijke. Met een simpele stap kan elke medespeler van de lichte kant naar de schaduwzijde overgaan. Een beetje extra geld, een lekkere joint, een hiphop-tekst, een kus, het aandringen van een vriend om even een "klusje" op te knappen..... wie niet sterk is, moet het van een zwak moment hebben. Juliano is sterk geworden door zijn zwaktes en hij gaat door zijn kracht ten onder. Kort nadat het boek voltooid is wordt hij in zijn gevangeniscel op gruwelijke wijze vermoord. En dan wordt er om het hardst gehuild en om wraak geroepen. Op deze momenten wordt een merkwaardig menselijk verschijnsel zichtbaar. En dat is het grote contrast tussen de vaak gruwelijke hardheid van de hoofdpersonen in dit spel van voortdurende oorlog en hun grote gevoeligheid. In een aantal scènes waarin Juliano op het randje van de dood zweeft, of waarin hij tegen de vijand ten strijde trekt, bidt hij tot god, draagt heiligenbeeldjes om zijn hals of voert Candomblé-rituelen uit. Dit alles helemaal in de traditie van de Braziliaanse cultuur waar God, Jezus, Maria, Oxalá, Yemanjá en nog meer katholieke en Afrikaanse heiligen met grote devotie in het dagelijkse leven vereerd worden. Zij kunnen zorgen voor het welslagen van allerlei soort ondernemingen, crimineel of niet. En niemand lijkt het dan meer tegenstrijdig te vinden dat je de ene dag een oude man martelt of tientallen gezinnen uit hun huis jaagt en de andere dag drugsgeld geeft aan het opknappen van huisjes van degenen die onvoorwaardelijk achter je blijven staan.

De echte helden

Gelukkig wordt in het boek heel af en toe de grote tegenstelling zichtbaar met de moedige bewoners van de favela die een werkzaam leven verkiezen boven een bestaan in de misdaad. Het is onbegrijpelijk dat zij dit volhouden in een wijk waar zoveel jongeren een totaal verziekte economie voeren. Maar juist deze integere bewoners zijn de echte helden. Zij zijn de hoop voor een onzekere toekomst, hoewel "Abusado" helaas nauwelijks aandacht aan hen besteedt. En er zijn zeker ook jongens en meisjes, mannen en vrouwen, die uit werkelijke nood en gebrek aan keuze tijdelijk deelnamen aan de kleine misdaad, maar die besluiten eruit te stappen en een nieuw leven te beginnen. Ook zij vormen de schaarse lichtpuntjes in dit verhaal.

* De roman "Abusado" is in het Portugees verschenen en nog niet vertaald verkrijgbaar (uitgever:Editora Record, ISBN: 85-01-06520-X)